Longlist Grote LOWLAND’s schrijfwedstrijd 2025

De cover van het Ezine van De grote Schrijfwedstrijd met de twintig beste inzendingen.

Mijn verhaal Erfgoed is opgenomen in de De longlist van de Grote Lowlands Schrijfwedstrijd 2025!

Erfgoed

Elja herkent het geurpatroon direct als ze binnenkomt: rustig erfgoed. Een artificiële geurstimulans om herinneringen en nostalgische verlangens op te roepen.

De kamer is wit. Niet klinisch, eerder onschuldig wit. Deze ruimte is niet ontworpen om je te steriliseren. Hij is ingericht om je gerust te stellen. En juist dat maakt het zo beangstigend.
In het midden staat Elja naast een stoel die haar lijkt te willen omhelzen, zittend zou ze erin verdwijnen. De gestoffeerde zitting en rugleuning bewegen pulserend, ademend, alsof het een levend wezen is. 
Elja kijkt naar haar voeten. Het oppervlak onder haar blote voeten is precies 36,5 graden. Er zit geen toeval meer in warmte. Al het toevallige is gekwantificeerd. Zelfs de lengte van de stilte is geprogrammeerd.

‘Ga zitten,’ zegt een stem.

Elja blijft staan. Ze knijpt haar hand samen, duimnagel tegen wijsvinger. Ze drukt haar nagel in haar vel, ze wil iets echts voelen.

Op de wand danst een gezicht. Het is Aeolion, haar toegewezen Collectieve Educatieve Entiteit. Geen gezicht in menselijke zin, eerder een abstracte symmetrische vorm van vlakken en lijnen die constant in beweging zijn. Alsof deze entiteit iedere seconde transformeert, maar altijd in symmetrische patronen.

‘Elja Thorne,’ spreekt de emotieloze stem. ‘Uw genetisch profiel is met 99,2% geschikt bevonden voor voortplanting. U bent geselecteerd als potentiële bron. U behoort tot de hoogste klasse binnen de reproductie-index. De Raad van Continuïteit feliciteert u.’

Elja zwijgt. Ze duwt haar duimnagel verder in haar wijsvinger. Tevergeefs hoopt ze dat het niet wordt opgemerkt.

U behoort tot de top van cognitief-emotieve stabiliteit. Uw capaciteiten garanderen een kind dat optimaal bijdraagt aan het voortbestaan van onze soort.’

‘En als ik nee zeg?’ vraagt ze. Haar stem laag, bijna fluisterend, klinkt in deze ruimte – waar niets anders echt ademt – als een dreun.

‘Er is geen verplichting. Enkel verwachting.’

‘Een verwachting is druk in vermomming.’

Er valt een pauze. Een berekening, vermoedelijk. Daarna: ‘Uw reactie wordt geïnterpreteerd als twijfel. Wij verzoeken u: licht toe.’

Die stilte weer. Ze draait haar hoofd en kijkt naar het bewegende licht op de muur.

‘Elke verwachting is een kooi,’ zegt Elja. ‘Jullie presenteren nieuwe tralies met fluweel maar er is feitelijk niks veranderd.’

‘Uw weigering zal worden geregistreerd. Uw genetisch profiel wordt voorlopig bevroren.’

‘Vergeet me liever.’

‘Vergeten is onproductief.’

Ze glimlacht. Niet omdat het grappig is, maar omdat zij weet hoe menselijk het was om onproductief te zijn.
Elja ademt diep in. In haar lijf zitten levens van voorgeneraties opgeslagen die nu als echo’s door haar heen razen.
‘Ik ben niet geboren om doorgegeven te worden,’ zegt ze. ‘Ik ben niet een kruik die gevuld moet worden met de toekomst.’

‘Het is wetenschappelijk vastgesteld dat individuele vervulling losstaat van biologische voortplanting. Uw keuze is uw recht.’

‘Toch moet ik hier verschijnen en wordt dit medegedeeld. Toch zegt u dat ik functioneel ben. Waardevol, niet als mens, enkel als organisch producent.’

Aeolion zwijgt weer. De patronen op de wand bewegen sneller.
Ze draait zich om, loopt naar de wand en laat haar hand over het oppervlak glijden – het voelt warm, levend bijna. De textuur verandert licht onder haar vingertoppen, alsof de wand reageert op haar aanraking en emoties. Elja wordt gescand: de trilling in haar hals, de temperatuur van haar bloed, de droogte op haar lippen en haar geur. Haar lichaamstaal wordt teruggebracht tot neutraliteit. Aeolion heeft geleerd: emotie is ruis.

‘Ik voel vuur, Aeolion. Niet voor het moederinstinct. Ik bedoel vuur van zelfbehoud. Van weigering. Mijn voormoeders droegen dat vuur ook, al doofde het langzaam in hen. Ze werden wat ze moesten zijn. Ze gaven zich over aan de lofzangen op moederschap, aan het offer, aan het verdwijnen. En niemand vroeg hen ooit: “Wil jij dit wel?”’

Uw genetisch profiel toont een zeldzame balans van rationele stabiliteit en emotionele diepte,’ vervolgt Aeolion. ‘Een uiterst waardevolle combinatie voor nageslacht.’

‘Mijn waarde is niet voor de toekomstige ander,’ fluistert ze. ‘Ik ben geen investeringsmodel.’
Ze denkt aan haar moeder. Hoe zij constant geconfronteerd werd met haar gedwarsboomde levendroom.
‘Jullie noemen het voortplanting,’ zegt ze, terwijl ze zich omdraait. ‘Maar het is overerving. Van systeem naar systeem. Van controle naar gehoorzaamheid. Ik weiger.’

‘We registreren uw keuze. Uw dossier zal worden gearchiveerd.
U kunt gaan.’

Elja loopt aan het eind van de gang langs de zaadkamer. Daar bevindt zich de galerij van hologrammen van hen die geschikt bevonden zijn. Allemaal gelijkmatig belicht, zonder lach, hun gezichten net echt genoeg. Ze hebben getekend voor ‘Vrijwillige Donatie ten Dienste van de Soort’. Niet voor ouderschap. Niet voor nabijheid. Alleen voor abstract doorgeven.

‘Waarom alleen mannen?’ heeft ze ooit Aeolion gevraagd.

‘Vrouwen geven nooit toestemming om leven te dragen. Ze geven toestemming als ze dat weigeren, zodat ze worden verwijderd uit de database.’

Buiten, even later, is alles stil. De stad is leeg. Geen schreeuwende kinderen, geen huilende baby’s op perrons, geen peuters in buggy’s. Op de kruising bij het metrospoor staat een vrouw met een dronekar vol voedselpakketten. Haar haren zitten in gladde strengen tegen haar hoofd gedrukt. Ze kijkt Elja aan.

Elja is een anomalie maar loopt met rechte rug. Haar kleren zijn functioneel, haar blik is rauw. Haar appartement heeft rommelige hoeken, stapels verboden boeken en veel kleur. Ze koestert de rommeligheid. Op de vensterbank ligt een citroenschil te drogen. Niet weggegooid, niet functioneel. Gewoon… daar.
Ze eet verboden warm voedsel, uit protest. Ze houdt van scherpe smaken en meningen. Alles aan haar is intens – ongewenst in een wereld die efficiëntie als hoogste waarde verkiest. Ze mist overal nuances.

Voor Elja – en vrouwen zoals zij – is het weigeren van voortplanting geen kil, rationeel besluit, maar een daad van innerlijke autonomie. Ze voelt in haar lijf dat haar waarde niet ligt in het baren van een kind, maar in het belichamen van een zelfgekozen pad. Haar lichaam is geen natie om gekoloniseerd te worden voor soortbehoud, maar een soeverein territorium.

Voortplanting is al jaren verschoven naar Ondergrondse Labs. Trauma’s, vooringenomenheid en instabiliteit maakten natuurlijke ouders tot een risico voor de voortplanting. Nieuwe generaties worden enkel nog kunstmatig gecreëerd en getraind in neutraliteit en opgevoed in harmonisch minimalisme. Ondergrondse Labs worden geleid door geavanceerde structuren van zelfsturende ai’s, opgebouwd uit miljoenen datasets. Gevoed door theorieën over opvoedkundige methodes, psychologische profielen en culturele gedragsnormen stimuleren ze wenselijke empathie met verfijnde algoritmes. Zij voeden op en bewaken de enige juiste morele consistentie. Ze reduceren nageslacht tot rationele, sociale en maatschappelijk efficiënte individuen en laten menselijke nuances verdwijnen.

De samenleving ziet dit systeem als superieur: zonder emotionele uitbarstingen, zonder traumaoverdracht, zonder ego. Emotioneel moederschap wordt hierdoor herleid tot een overbodig sentiment uit een romantisch, haast infantiel en menselijk gedreven verleden.

Elja heeft generaties van vrouwen bestudeerd: moeders die opgebrand zijn aan verwachtingen, vrouwen die hun identiteit lieten versmelten met zorg, die hun verlangens onderdrukten voor het ‘grotere goed’ van gezin of natie. Elja draagt hun stemmen in zich – niet als schuld, maar als brandstof.

Haar weigering is geen nihilisme, maar een diep spirituele daad van zelfbehoud en rebellie.
‘Ik ben geen vlam om doorgegeven te worden. Ik bén vuur.’
Dat vuur voedt haar. Het is de wil om zichzelf niet te laten reduceren tot een biologische functie in een nieuw systeem dat oude patronen in hightechverpakkingen herhaalt. Haar kindloosheid is geen gebrek, maar een overwinning. Een keuze die niet slechts tegen iets is, maar juist voor haarzelf.

’s Avonds komt Rinna langs. Ze heeft ooit kinderen gewild maar heeft zich ook onttrokken aan de verheerlijking van voortplanting als doel. Geen offer, geen gemis. Elja zet thee met bladeren die officieel niet meer gecategoriseerd zijn als ‘veilig’. Ze drinken langzaam. Het brandt een beetje in hun keel – precies goed.
Ze nemen plaats op het lage bed en laten hun voeten in een kom met warm water zakken. Een ritueel dat ze samen delen. Zonder reden, zonder nut.

‘Je naam is uit de selectielijst verwijderd,’ zegt Rinna zacht.

Elja knikt. Haar ogen volgen een vlieg op de muur.

‘Je weet dat ze dat zien als zelfuitsluiting?’

‘Elk systeem dat uitsluiting benoemt als zonde, vreest vrijheid.’

En je vreest niets?’

‘Jawel,’ zei Elja. ‘Ik vrees het verdwijnen van wat echt is. De geur van een natte hond. De jeuk van een wollen trui. De rommel van een gewoon leven dat niet helemaal onder controle is.’ 
Rinna zwijgt. Ze begrijpt het. Ze begrijpt hoe eenzaam haar keuze is.

En toch, ergens in de datastroombanken van de wereld, begint een echo. Niet met haar naam, want die is verdwenen. Een licht afwijkend patroon, een keuze die niet past.

Een adem in tegentijd.
Een klein vuur. Stil en echt.

Astrid Ritskes

———————–

De vakjury, bestaande uit Willemijn Tillmans (acquirerend redacteur, namens Nijgh & Van Ditmar), Ivo Victoria (auteur en columnist), Thomas de Veen (literair redacteur bij NRC), Miriam van Ommeren (directeur van SLAA), schrijfster Tessel ten Zweege en Tim van den Hoed (namens de Utrechtse Boekenbar), koos uit alle inzendingen twintig namen als beste schrijvers.

Via deze link zijn alle verhalen te lezen.