Timo

Geknipte rode poes - Mevrouw R.
Geknipte rode poes Timo door Mevrouw R.

Vanaf de stoep kun je alleen op de tenen naar binnen kijken. De ramen zijn op ooghoogte afgeplakt met folie. Met twijfelachtige ijdeltuiterij heeft men in de fabriek decoratieve ornamenten uit deze raamfolie gesneden. 

Aan weerszijden van het raam hangen zware overgordijnen. Al een tijdje aan het jaren zestig-patroon te zien. De tafel waarop een tapijt ligt staat direct onder het raam. Bovenop de tafel een flinke poezenmand met daarin een dik kussen. De gordijnen kunnen alleen dicht wanneer ze om de tafel heen getrokken worden. Een dwaze handeling want tafel en poezenmand verdwijnen dan in een tent van gordijnstof.

Door de overvolle vensterbank vermoed ik dat er gaandeweg een onuitputtelijke voorraad van prullaria dit huis is binnengedrongen. Er is slechts een selectie daarvan op de vensterbank tentoongesteld. Een potpourri van hondenbeeldjes, vazen, kunstbloemen en Aziatische snuisterijen, lukraak over de hele breedte van de vensterbank verspreidt. Links staan drie jolige kikkers mét kroon op kussens. Daarnaast een knalrood plastic fotolijstje en een kandelaar met een door de zon scheefgezakte kaars. Het hondenthema is nonchalant doorgevoerd waarbij factor schaal, formaat en stijl volledig zijn losgelaten. Groot naast klein, realistisch naast porseleinen Disney-honden met grote sentimentele ogen. Twee blauwe vaasjes zijn gevuld met treurig verkleurde kunstbloemen, vooraan tegen het glas staan twee plastic oosterse poppetjes scheef gezakt en daarachter een miniatuur kamerscherm. Het is een overvolle vensterbank. Maar wie ziet het nog?

Als ik later op de avond langs loop, gaat de deur open.  
‘Hej je die rooie gesien?’ Ze stelt haar vraag zo terloops dat ik bijna niet begrijp wat ze zegt. ‘Timooo’. 
‘Waor is die rooie?  Hij is nie van mij haor. Timo!’ roept ze nogmaals. 
‘Hij durf niet binne te kome. Snappie da nou?’

De oude vrouw bukt mompelend voorover en zet bakjes eten en drinken op straat. Haar Timo heb ik al vaak gezien: een versleten, oude rommelige kat, zijn rode vel zwabbert als een loszittend joggingpak om zijn botten als hij over straat zwalkt, lopen kun je dat niet meer noemen.

Ooit lag er een poes bij haar in het mandje op tafel. Ze sprak hem liefdevol toe en aaide zijn zachte vacht. Knorrend en spinnend genoot hij van haar aandacht. Toen kwam het moment waarop hij zijn wereld te klein vond, de vrijheid rook en buiten wilde kijken. Terwijl zij de prullaria afstofte en op dezelfde plek terugzette beleefde hij buiten nieuwe avonturen.

In een frivool huispak loopt ze twijfelend wat heen en weer voor haar deur, in het licht van de lantaarnpaal. Haar pak is gemaakt van bordeauxrode velours. De broek floddert om haar dunne beentjes, daarboven draagt ze een bijpassende sweater met een bandje met glimmende sterretjes langs de mouwen. Haar sokken, knalrood, zijn hoog opgetrokken, over de broekspijpen. Ze draagt eigenaardige plastic schoenen. 

‘Ach’, probeer ik troostend, ‘hij komt wel weer.’  

Enige dagen later krioelt er weer een kat op haar deurmat. Dit keer een zwart-witte. ‘Hij is nie van mij haor’, zegt ze vanuit de deuropening. ‘Hij durf niet binne te kome. Snappie da nou? Timo!’

De poes eet gulzig de brokjes die ze op straat heeft neergezet. Zittend op de deurmat likt hij zijn voorpoten schoon. Dan loopt hij triomfantelijk de straat over. Terwijl we stilzwijgend kijken hoe de kat om de hoek verdwijnt vraag ik mij af hoeveel Timo’s ze kent.