Armetierig meisjesmatroos

Foreign porcelain – Meisjesmatroos

Een klein matrozenmeisje. Wat versleten, tegen de tand des tijds is niets bestand, al verdenk ik de maker van een armetierige productiedag. Op haar rug is geen kleur aangebracht, enkel de voorkant is met snelle penseelstreken beschilderd. Hier en daar een gouden lijntje, maar het mag allemaal geen naam hebben. Een karig gefabriceerd matrozenmeisje.
Een blauwe muts op haar hoofd, daaronder haar scheve kopje. In haar handen een zwaar anker, praktisch voor een meisjesmatroos én symbool van hoop. Onderop staat foreign, wat kan duiden op Duits porselein, gemaakt voor de Engels en Amerikaanse markt, aan het begin van de twintigste eeuw.
Ik nam haar mee, als vriendin voor een allenige porseleinen matroos uit mijn kabinet. Al leek die eenzaamheid hem niet te raken. Nu staan ze naast elkaar en valt meteen het verschil op. Tegenover zijn nonchalante houding kijkt zij zorgelijk. Zijn optimistisch gemoed, versterkt door de mollig glanzende glazuurlaag doet haar matte teint verbleken. Armoedig scharminkel naast glanzende scheepsmatroos. Het is me wel een raar stel.

Net zo raar als de wereld waar we nu in zijn beland. Het effect is ingrijpend en zal lang merkbaar zijn. Steeds zie ik mijn lege klaslokaal voor mij waar de laatst gemaakte werkstukken van studenten aan kledingrekken hangen. Enthousiast en giechelend gingen ze aan het werk, waarbij ze zich in elkaars kledingstuk wurmden en zich als modellen lieten fotograferen. De kledingstukken waren gemaakt van verpakkingsmaterialen. Het contrast tussen ons plezier toen – hoe trek je een tuinbroek aan met deze absurd gedraaide pijpen – en de huidige ernst is bizar.

Mijn verlaten lokaal voelt als een scene uit een apocalyptische film, die mij dieper raakt dan ik had kunnen bevroeden.
Het herinnert mij aan een andere scene: ik fietste ooit naar Prora en zag daar, in een verlaten half verwoest schoolgebouwtje, knipwerkjes op de ramen hangen. Terwijl ik verder reed vroeg ik mij af waarom niemand de moeite had genomen die knipwerkjes eraf te halen. Ze nog even mee te geven met de kinderen. Gewoon, met een beetje aandacht. Wat zou er gebeurd zijn waardoor daar geen tijd voor was?
Nu staan bij mij op school achtergebleven rekken met werkstukken. Hoe tref ik dat straks aan? Als er maar niets mee gebeurt, ik wil het beschermen en koesteren, want deze studenten zullen nooit meer zo onbevangen zijn. Zoals ze waren vóór Corona. We zijn allemaal veranderd, al weten we nog lang niet hoe.

Plotseling stopten we met hoe we de dingen altijd deden. Voor een vakantie ruim je de boel in het lokaal op, lekker als je dan weer gaat beginnen, na de vakantie. Maar het is geen vakantie. Het werd een abrupte stop. Eigenlijk lieten we gewoon alles vallen.

Op welke plekken zijn er allemaal verlaten sporen van mensen te vinden? In hoeveel bureaulaatjes liggen er achtergebleven boterhammen? Hoeveel kantoren hebben straks woekerende champignonculturen? Wat we nu laten heeft invloed op hoe we het gaan terugvinden. Dat is een gedachte die mij niet loslaat.

Welke betekenis heeft het leven dat we plotseling achterlieten straks? Pakken we het bekende repertoire op of zal er wezenlijk iets veranderen? En hoe gaat dat dan? Wie neemt daarin het voortouw, zullen de rollen hetzelfde zijn? Staan er nieuwe spelers op? Hoe gedragen we ons als groep als we uit onze particuliere bubbel komen? Hoe stap je straks school of kantoor weer binnen? Waar ga je mee beginnen en met wie?

De werkelijkheid komt altijd anders. We weten het niet. Laten we hopen dat we, laverend tussen oude gewoonten en nieuwe inzichten, verschil kunnen maken. Glanzend, stralend of meer op de achtergrond. In ieder geval met elkaar, net als mijn raar stel matrozen. Uiteindelijk tóch voor elkaar gemaakt, armetierig of niet.

Kijk hier voor haar rare vriend.