Column 149 woorden: Verloren

twee houten folklore eierdopjes met gebreide mutsen voor het warmhouder van het eitje. Een met vlechtjes en een met een pijp.
Twee houten beschilderde eierdoppen met gebreide mutsjes voor een warm eitje.

Het begon met een sluimerend vermoeden. Normaal slingert hij ergens in de gang, bij de kapstok. Waar was hij? Ik schonk er weinig aandacht aan. Het was nog te warm.

Nu verlang ik naar mijn lievelingsmuts. Ik doorzoek driftig het huis. Het laat mij niet los. Ik kijk in de wasmand en bij de verzameling mutsen en sjaals. Ik probeer andere mutsen, niets voldoet. Ik fiets langs mogelijke verliesplekken en vraag na. De vraag stemt overal vrolijk maar nergens is mijn muts. Ik probeer ons laatste moment te reconstrueren.

Ik bedenk een lokale lantaarnpaal-campagne: Gezocht: lievelingsmuts van Mevrouw R. Wanhopig verzin ik scenario’s voor confrontaties met mogelijk nieuwe bezitters.

Niet het object zelf, maar het verlangen naar het object toont wie we zijn. Een nostalgisch gewoontedier of een aanstellerige zeurkous? 
Kun je zo hard van iets houden dat je gelooft dat het vanzelf wel weer bij je terugkomt?

Op de voorpagina van de Volkskrant schrijven Sander Donkers en Paulien Cornelisse afwisselend een column in 150 woorden. Vooral de bijdragen van Sander raken mij vaak! Reteknap hoe je in 150 woorden zo gelaagd tot de kern kan komen. Mevrouw R. daagt zichzelf uit door in 149 woorden op te schrijven wat haar bezighoudt.