
Dag meneer, heel jammer dat u er niet meer bent.
Ik vind uw foto op de Schwedenplatz, midden in Wenen. Ik kom uit de metro en loop recht tegen een mini rommelmarkt aan. Vijf kramen in een carré-vorm. Daaromheen bankjes waarop toeristen en daklozen zitten. Bij de kraam van Verein Katzenparadies zur Heimloser Katzen blijf ik even staan. Deze gezellige naam, te lezen op een spandoek achter de kraam, laat ik even inwerken. Gevoed door nieuwsgierigheid bekijk ik de leden van de Verein. Vier vrouwen en een man, allen gehuld in een felblauwe polo. Op de linkerborst staat geborduurd Katzenparadies.
De snor van de meneer trekt mijn aandacht. Ik kom er niet achter of zijn snotgoot extreem lang is of dat hij, meer gedreven door esthetische motivatie, zijn snor lekker nips boven de bovenlip afscheert. Fascinerend is het wel. Ik blijf er schaamteloos naar kijken. Het doet iets met de verhoudingen in zijn gezicht, er ontstaan twee ongelijke zones, boven en onder die snor. Heeft iemand hem ooit iets gevraagd over de drijfveren achter zijn snortechniek?
In de kraam prachtig porselein maar alles is te groot en te kwetsbaar om mee te nemen. Ik ben op de fiets. Ik moet nog zeker een week bergen beklimmen in Oostenrijk, dus ik zoek iets lichts. In een schoenendoos kom ik uw foto tegen.
Ik kijk naar uw werkkamer, waar formica en laminaat de dienst uitmaakt. Uw enorme handen liggen op het bureau. Een rust op een dossier, uw vinger precies op de snelhechter. Op het bureau een foto: zou nipse snorremans er op staan?
Boven uw hoofd een Oostenrijks dorpsgezicht. Uw ogen zijn dicht. Was u toen al dood? Nee hoor, dit is geen verdrietige column. Het is spreekwoordelijk.
Naast het bureau een zwarte telefoon en een grijze. Voor u een klokje en een bureauonderlegger, twee papiertjes onder de flap en een papiertje helemaal onder de bureaulegger. Over welke rangorde hebben we het hier?
Ik mis leven in de foto. Heeft u een pesthekel aan dat wat u doet? Altijd maar weer aan uw bureautje zitten? Moet u formuliertjes invullen, dossiers doorlezen, die u ook maar gewoon doorgestuurd krijgt van anderen? Heeft u gevoelens van eenzame opsluiting? Hebben ze u daarom op cursus gestuurd, om uw soft skills te verbeteren? Denkt u dat ze u express nooit verteld hebben dat er een personeelstoilet was, waardoor u zich al die jaren tussen de klanten bevond als de nood hoog was?
Welke zin heeft het om aan dit zo lege bureau te zitten? Bent u de kijk op de realiteit kwijtgeraakt en speelt u gewoon kantoortje? Sloop de zinloosheid binnen toen u dacht alles zelf wel te weten? Is het slim om je bureau op te ruimen voordat je doodgaat? De achterblijvers hebben immers niks aan mensen die puinhopen achterlaten.
Wie bracht die plastic strook bij de deurknop aan, ter bescherming tegen vette vingers? Kijken we naar een werkkamer in een woonhuis of is het een kantoor? Ik kom er niet uit. Op de verwarming staat een doos. Waren uw boterhammetjes vanochtend nog bevroren? En waarom is deze foto gemaakt? Welk moment wordt hier vastgelegd? En voor wie?
Zou die meneer de snor flink nips scheren omdat hij zo de werkelijkheid ontloopt en vanuit naïviteit de wereld tegemoet treed? “Deze snor is mijn vorm van onschuldig protest.”
Heeft iemand hem ooit echt iets gevraagd over zijn snor? De meeste mensen wordt nooit iets gevraagd.
Laten we daarom vanaf nu, voor we er niet meer zijn, elkaar écht geïnteresseerd vragen stellen.
Dag meneer, heel jammer dat u er niet meer bent.