Nostalgisch gluren

Het regent. De wereld is somber. Naarstig zoek ik naar verstrooiing en verwondering. Ik besluit op weg naar huis langs een oude favoriete kringloopwinkel te gaan. Misschien doet iets van nostalgie mij goed.
 
In het centrum van een dorp van stand zit al jaren een fijne kringloopwinkel. Geïnspireerd door het plaatselijke assortiment fantaseer ik graag over de huisraad van de gemiddelde familie aldaar. Lokaler dan het aanbod van een kringloopwinkel wordt het immers nergens. 
Ruime villa’s vol antiek waarvan de bewoners behept zijn met familiare zuinigheid. Wanneer ze de bezem door hun optrekje halen komen de wonderlijkste voorwerpen tevoorschijn. Erfstukken die jarenlang lagen te versloffen, weggestopt in diepe trapkasten. Vanuit barmhartigheid worden deze eerst naar de plaatselijke liefdadigheidswinkel gebracht. Weggooien kan altijd nog.

Een keer per jaar houdt de winkel een speciale markt. Voor de deur staan dan diezelfde lokale leveranciers. Nieuwsgierig naar elkaars inboedel hebben ze één afspraak: wie het hardste duwt, staat als eerste binnen. Ik was er een keer. Ik liet mij meevoeren in die bewegende stroom kakkineuze klandizie, het leek wel Hollywood. Ik weet nog dat ik naar broches en speldjes wilde kijken maar er niet kon komen. Ik was samen met mijn ouders, al waren we elkaar snel kwijt in de drukte. Daarna zijn we thuis aan de drank gegaan. Dat leek ons het beste. 

En in die winkel stap ik nu binnen. Met een door vrijwilligers schoongemaakt mandje onder de arm word ik in een keurslijf van afgeplakt eenrichtingsverkeer langs de schappen geleid, op zoek naar troost.

Op de toonbank bij de kassa staat een servies van Jan de Bouvrie, met de originele verpakking erbij. Jan ging die week dood. Misschien eet ik vanavond een slaatje, denk ik pardoes.

Naast de doos van Jan staat een rommelbakje met oude sieraden. Met een vinger roer ik in de bak. Dan vis ik dit gouden dingetje eruit, geen idee wat het is. Er zit een spiegeltje in dat tevoorschijn komt door een gedecoreerd klepje open te klappen. Op de rug zit een soort houder, alsof je hem ergens omheen kunt klemmen. In de jaren zestig hadden sommige dames een broche om hun sjaal, daar lijkt het op, maar dat is dit niet. Het spiegeltje is zo klein, het vraagt om getuite lippen of fijngeknepen oogjes. De dame achter de balie suggereert dat je hem op een wandelstok zou kunnen klemmen. Nee, zeg ik, dat geloof ik niet, waarom zit er dan een spiegeltje op? Ik neem het mee, al heb ik geen idee wat ik ermee kan.

Binnenin staat een merkje Stratton England. En hierdoor is het antwoord gauw gevonden. Een voormalige breipennenfabriek die zichzelf opnieuw uitvond. Brengt dat verwondering?

De lui van de fabriek hadden een nieuwe markt ontdekt: luxueuze cosmetica attributen voor de naoorlogse moderne vrouw. Dit object blijkt een lipstickmirror of lipstickviewer te zijn. De viewer werd op de lipstickhouder geklemd. Zodat de vrouw niet in haar tas zat te rommelen, zoekend naar die verdomde poederdoos met spiegel maar met één gracieuze beweging een sjiek gedecoreerd spiegeltje bij de lipstick tevoorschijn kon toveren. Dan kon zij stiekem kijken of alles nog goed zat, als er even niemand keek. Of met toegeknepen oogjes achteruitkijken, of ze al bekeken werd. 

Ach, zo blijkt maar weer: nostalgisch gluren is in de verste verte nog niet passé. Met frisse moed klap ik het spiegeltje open en verf mijn lippen vrolijk rood.