Observeer-vakantiepret

Camping decoratie in een salle Polyvalente

Ik zou altijd wel vakantie willen hebben, zucht hij. We zitten in de zon op de Veluwe en drinken koffie. Ik moet lachen. Niet om wat hij zegt maar hoe. Diep, vanuit de tenen. Ik zou mij ook prima amuseren. Helemaal niet nodig om iets te plannen, gewoon een beetje aanmodderen. Meedeinen met het ritme van de dag. Een beetje tekenen, een beetje schrijven, een zakelijk telefoontje plegen voor een klusje. Bij mooi weer een fietstochtje maken en verder gewoon leven zonder zorgen.

Vakantie is voor mij lekker buiten zijn. Een ding laat mijn hartje nog sneller kloppen: koekeloeren naar mijn soortgenoten. Iedere aangeboden vorm van menselijk gedrag waardeer ik.

Ik observeer kampeerders: wat doen ze de hele dag en waar komen ze vandaan? Wie heeft de spreekwoordelijke broek aan? Hebben ze het gezellig samen of is het langzaam tijd voor wat anders? Ook ben ik onder de indruk van mensen die hele dagen in bikini of zwembroek rondlopen.

Of serveersters, een variatie aan serveersters heeft mij bediend. In regionale folkloristische jurken, opgedrongen door de baas die zoekt naar authentieke sferen. Ze groeten enthousiast de gasten. Serveren de eenvoudigste drankjes in hun allermooiste wijnglazen van zwaar kristal. Topzwaar, niet te tillen met één hand. En ondertussen kletsen over alles wat zij weten over liefde en verkering.

Daar tegenover een serveerster in Bouxwiller die verveeld rondloopt in haar mooiste rok. Zo jammer van die zichtbare onderbroek. Ze sjokt voorbij met afgezakte schouders en een enorm dienblad. Daarop enorme ijscoupes voor drie lokale zusters. Geen groet, alles lijkt haar te veel.

Ik ontmoet op een camping de tuinman die iedere dag liefdevol alle uitbundig bloeiende geraniums naloopt. Hij heeft ook een dagtaak aan het sorteren van afval, ingebracht door kampeerders. Wanneer ik hem om botanische tips vraag geeft hij glimmend van plezier zijn geheimen prijs.

Er zijn ook campings waar zowel in decor als mankracht onverschilligheid terug te vinden is. Nergens bloemen, wel overal achterstallig onderhoud. De campingbaas heeft het te druk met zijn fris aan de haak geslagen import-bruid. Die is natuurlijk onder valse voorwendselen gelokt want zij heeft ook nergens zin in. Terwijl hij zijn geblondeerde jaren tachtig coupe föhnt moet zij, arm schaap, ons kampeerders helpen aan bestelde broodjes. Zelfs in het dorp zijn ze overal klaar mee. Ergens in een hoekje vinden we nog een verlaten restaurant. Een hele community ondergedompeld in  onverschilligheid.

Elders op een camping tref ik in een salle polyvalente bovenstaand stilleven aan. Ook al is het je smaak niet, de makers kunnen we niet betichten van onverschilligheid. De kabouter speelt een centrale rol in het geheel, waarbij de nonchalant wegtrekkende beweging versterkend werkt. Let op de geraffineerde compositie van plaksels op de witte tegelwand. Het gele waarschuwingsbord, de luchtverfrisser en de briefjes waarin de bevlogen uitbaters bij voorbaat hun dank uitspreken voor het aardig zijn tegen kabouters en bloemen maken dit tot een oogverblindende installatie. En dit visuele spektakelstuk kreeg ik gewoon cadeau omdat ik daar een gebraden kippetje ging afhalen.

In Oppenheim ontbijten we in een tuttige koffietent. Vast een erfenis – de koffietent – van een tante zonder kinderen, echt niemand anders wilde ‘m hebben. Nu zit zij er maar mooi mee. We krijgen een taartplateau met kaas, worst en broodjes op tafel. De mevrouw verkoopt ook snoep. Haar gezicht maakt zelfs mij bang wanneer twee kinderen voor haar toonbankje staan. Vertwijfeld door zoveel potten lekkers weten ze niet wat ze moeten kiezen voor hun snoepzakje. En de heks van Oppenheim maakt dat alleen maar erger. Terwijl wij ontbijten gaat zij in het magazijn zitten mokken. Oppenheim verdient beter.

We treffen een gezin met drie kinderen. Het jongetje lijkt op Oskarchen, Ich wollte nicht mehr wachsen, kein Zentimeterchen uit Die Blechtrommel. Het gezin is het toonbeeld van saamhorigheid. Als één organisme bewegen ze zich over de camping. De kinderen zijn tweetalig opgevoed en spreken om en om Frans en Duits. Het jongetje is enorm nieuwsgierig en extravert. Hierdoor volgt de rest van het organisme vanzelf en kijkt uiteindelijk de hele familie nieuwsgierig in ons tentje terwijl ze ohh en ahh roepen. Nooit eerder zag ik zoveel harmonie in een tentje.

Tja, hadden we maar altijd vakantie.

Vakantie zonder koekeloeren is geen vakantie. Er valt altijd iets te zien. Dus als we maar goed naar elkaar kijken hebben we altijd een beetje vakantie. Ook al moeten we het van heel diep uit onze tenen omhoog trekken.  En anders lukt het vast bij het ophalen van een gebraden kippetje.

Acrobatische wiebelpop

Acrobatische wiebelpopOh wat is dit nu weer voor een lief turn-mannetje? Staat daar gewoon op mij te wachten. Hoe komt het toch dat niemand anders rariteiten meeneemt? Deze lag echt voor het grijpen hoor, dames en heren.

Bovenop een stapeltje oude spelletjes stond hij in de hoek van een kraam. Het was op die late zaterdagmiddag. De lucht werd langzaam blauw. De harde buien van die ochtend waren aan het wegtrekken. Het was op de jaarlijkse liefdadigheidsrommelmarkt van een kerk. Op het grasveld stonden een paar kraampjes. Het maakte een verdrietige indruk. Mede door de dames en heren van de liefdadigheid zelf. Tot op het bot gedreven door een filantropische inborst liepen ze heen en weer op het grasveld. Als we nu zelf veel rond lopen dan lijkt het tenminste nog wat. Voor de anderen.

Waar was de clientèle voor deze georganiseerde compassie? Geen wonder dat ik alweer uit mijn magnifieke villa groei. Alsmaar met popjes onder de arm naar huis komen.

In het midden stond een kraampje met eten en drinken. Charitatieve taartjes gebakken door in zoetwaar gespecialiseerde dames. Echt iedere kerk met ’n jaarlijkse rommelmarkt heeft zulke dames in de gemeenschap. Ik had trek dus ik keek eens rond op de bordjes in het kraampje. Met een kopje koffie en wat lekkers liep ik verder. Achter elke kraam stond een barmhartige sterveling met een nauwkeurig gesorteerd aanbod. Servies en glas, boeken gesorteerd in rubrieken verspreid over meerdere kramen, een kraampje met tuinspullen.

Bij iedere kraam werd ik welkom geheten en direct daarna werd het topstuk van de tafel aan mij gepresenteerd. Ze waren blij met mij. “Het zal u verbazen dat wij hier bij de kerk de engelen in een kaveltje verkopen”, sprak de parochiaan tot mij. En: “Heeft u deze bijzondere glasset gezien? Het mag nu weg voor de helft van de prijs”, aldus de vrome kraamdame. Ik vond het fijn om alleen maar te knikken en niets te zeggen. Ik hoopte dat men nog even doorging en dat het alsmaar leuker werd.

Achter de speelgoedkraam links op het veldje zat het neefje van de eigenlijke kraambeheerder. Waarschijnlijk was oom net even weg voor een sanitaire stop. Dat moet tenslotte ook gebeuren. Ik zag het acrobatisch wiebelpopje en viel voor de houding. Knap gemaakt. Goede puntmuts. Leuke broek ook. Gymnastiekers in de echte wereld hebben ook van die leuke stijve broekjes met aan hun pijpjes doorlopende schoenen. Ik visualiseerde de kleine brede Yuri. Ik zag hem zwieren.

Ik vroeg wat het neefje voor deze acrobaat wilde hebben. Hij noemde een belachelijk lage prijs. Joviaal verdubbelde ik het bedrag omwille van de liefdadigheid. Het neefje en ik werden direct vrienden voor het leven.

Acrobatische wiebelpop in beweging

Bij alle volgende kramen werd ik eerst aangesproken over mijn eigen topstuk. Iedereen had het die dag al eerder gezien. Een van de dames vroeg of er een naam op stond. Ik keek naar de onderkant en zag een stempeltje: Made in Germany Democratic Republic.

Een oud DDR-acrobaatpopje. Ik vond het direct nog leuker, zo doorzichtig ben ik dan ook wel weer.

Door ontbrekende klandizie van de filantropen kwam ik mét buitelaar bij mijn villa. Geïnspireerd door de acrobaat draaide ik flexibel om mijn eigen as en floepte gymnastiekend naar binnen.

En aan iedereen die langskwam presenteerde ik mijn nieuwe topstuk.

Berlijnse vrienden

Berlijnse vriendenDeze twee neem ik mee. Ze staan op een kraam op een rommelmarkt in Berlijn. Het is die dag eindelijk mooi weer. Wat was het de dagen ervoor koud geweest. Er was zelfs nachtvorst.

Ik weet dat mijn nieuwe blauwe vriend eigenlijk verkering heeft. Ik zie het stel een dag eerder samen. Hij in het blauw, zij in het rood gekleed. Ze kunnen elkaar bij de magneten grijpen, aan de zijkant van hun lichaam. Ze staan samen in een supersjiek vitrinekastje bij scharrelaars die waanzinnig zijn geworden van hippe ijdelheid. Ik gil hard bij het horen van de prijs. Ik kom dit magneetstel nog wel eens tegen, denk ik. Ik laat de scharrelaars verbaasd achter en fietst vlug weg. Over de stoep want dat mag gewoon in Berlijn. Ik houd heel erg van Berlijn.

En de dag erna kijk ik hem dus weer aan. Staat hij op die tafel op dat pleintje. Lekker goedkoop. Ik houd van koopjes.

Ik vind het een beetje zielig voor hem om hem zo alleenig te exporteren en besluit stante pede een vriend voor hem te zoeken. Ondanks zijn tekortkomingen is hij een parmantige verschijning. Kijk maar eens hoe hij de handen stevig op de ietwat verlaagde dijen plaatst. Flinke vent die er nu nog langs komt.

Zijn mond doet mij denken aan een recht bed. Wat fijn denk ik, een recht bed. Ik houd heel erg van een recht bed.

Want ’s nachts, daar in Berlijn, lig ik in in het warme bed van een Rus. In zijn bed is aan iedere kant een kuil. Iedere nacht worden de kuilen dieper en dieper. De Rus zelf is nergens te vinden. Ligt hij soms de hele week al diep verzonken in die kuil, gaat als een flits door mijn hoofd? Maar dat is natuurlijk onzin want het gaat mij niet om deze Rus in dit bed. Het gaat mij om zijn huis. Via Airbnb gehuurd. Op een mooie locatie, ergens op een typisch Berlijns Hinterhof. Lekker rustig. Prachtige vloer van dikke oude planken. En een oude wereldbol, net als thuis. Ik kan lekker uit het raam hangen en koekeloeren naar de mensheid. Een echte Berlijnse activiteit, die ik graag beoefen. Het is een beetje volks, maar dat geeft niks. Ik houd van volks.

Na grondig voorwerk hoopte ik in een echt woonhuis van iemand te mogen verblijven. Maar in dit huis kan niemand echt wonen. Toch ingetrapt, een commerciële verhuurder. Waar laat je immers je rotzooi? Ik heb als ik gewoon een dagje eenvoudig leef al weer een schat aan stapeltjes en hoopjes. Afwas, kleding, afval, tijdschriften, kranten, papiertjes. En maar drie messen in het laatje? Ik geloof er niks van. Jammer, want ik vind het delen van Airbnb een mooi gegeven. Zodra mensen doorkrijgen dat je er goed geld mee kan verdienen raken we de zachte kant kwijt, daar waar het om begonnen is. En ik houd zo van de zachte kant. De zachte kant is de echte kracht. Alleen weten een hoop mensen dat niet. Daarom schrijf ik het graag op. Maar u wist het al, toch?

In mijn Berlijnse straat word ik voor een week vrienden met de eigenaresse van het ontbijtkaffee. Maar ook met de oudste bezoekster: Renate Astrid. Een oude dame uit Jena die op geen enkele andere plek meer wil wonen. Berlijn is haar thuis. En ik word vrienden met de Vietnamees, een eindje verderop. Hij kan er wat van, koken. En met de Sardijnse eigenaar van het tentje aan het eind van de straat. Al serveert hij, squisito uitroepend, alcoholisch dropwater terwijl ik om een glaasje Limoncello vroeg. Maar ik heb hem vergeven. Zeker wanneer de huiszanger de mooiste serenade inzet, begeleid op gitaar. Ik neem een ferme slok en weg is het goedje. Ik houd van goede Limoncello.

Op de rommelmarkt staan ze, dit stel, notabene op dezelfde tafel. Ook zo kordaat, dit folkloremeidje. Gekleed in Dirndl, met bloempatroon op de sloof. Opgestroopte mouwen, lekker poetsen! Zij wordt zijn exportbruid. Het haar strak in een knotje.

Ontelbare keren was ik al in Berlijn. Toch ontdek ik steeds weer nieuwe dingen. Het mooie van de stad goed kennen is dat ik niet meer als toerist ergens naar toe moet. In Berlijn maak ik mij geen enkele zorgen of ik iets mis. Het allerliefst zwerf ik gewoon een beetje door de straten, zonder echt doel. Ik kijk naar alle toevallige passanten.

Ik houd gewoon van vinden.

Koddige calorieënlap

Aanmoedigen kun je zien als bewijs van hartelijkheid en gastvrijheid. Maar opdringen als aanmoediger, daar kun je beter van wegblijven. “Toe… neem nog een schuimgebakje. Ach, kom op nou. Eentje nog?! Ik heb ze speciaal voor jullie gekocht, dus toe. Neem gerust, hoor.” Als verlegen gast blijf je dan bij zulke aanmoedigingen eindeloos taartjes eten. Tja, en al die taartjes moet je na dat bezoek weer zien kwijt te raken.

Ziehier een situatie, geenszins ondenkbaar in het alledaagse leven, waarbij het hieronder afgebeelde koddige keukenlinnen meteen bestaansrecht heeft.

Volgens dit calorieënlapje kost het allemaal even veel energie: vijf minuten praten, lezen, handwerken of nadenken. Ik twijfel. Zijn dat wel even zware klusjes? Van praten en lezen geloof ik het wel. Tenzij je hard en druk praat, maar dan lijkt het misschien meer op schreeuwen. In deze positieve wereld van het verbruik der calorieën uit vervlogen tijden doet men echter niet aan schreeuwen.

Alles wat je teveel eet moet er af – of het blijft ergens aan je lichaam hangen. Wáár dat is berust op toeval, geluk en erfelijke omstandigheden.U kunt natuurlijk best de natuur, uw lijf, een beetje helpen. Bijvoorbeeld door te bewegen. Wat dacht u van dansen? Door vijf minuten te dansen verbruikt u 20 calorieën. Een crème taartje is 400 calorieën. Dus om dat taartje weer kwijt te raken moet u anderhalf uur dansen.

U kunt ook gaan sporten om calorieën te verbruiken. Fietsen, skiën, wandelen, zwemmen, judo, hardlopen, gewichtheffen, gymnastiek of tennissen. In een gezellige sportclub of helemaal in je eentje. Persoonlijk heb ik het niet zo op sporten met één balletje en dan allemaal in hetzelfde pakje over een veldje rennen. Maar trek u daar maar niets van aan. Doe gewoon wat u zelf leuk vind. Dat doe ik ook.

De calorieënlap is natuurlijk je reinste kringloopsentiment. Optimisme en vrolijkheid alom. Waar vinden we dat nog? Tegenwoordig is healthy en lijnen serious business. De een beweert dit en de ander bezweert dat. Het gaat alleen maar over perfectie en maakbaarheid. Ik houd gewoon niet van die types die mij vertellen hoe het moet. Ik vertel ook niemand hoe het moet. Opdringen versus aanmoedigen, een dunne scheidslijn.

Mevrouw Bakker stopt alles in de blender. Linda de Mol roept alvast dat ze 80 kg weegt. Ben ik de enige die vals denkt: laten we dat een beetje overdrijven, want dan zit ik altijd goed? En als we die andere types moeten geloven dan is werken aan je Killerbody ook niet bepaald het toppunt van vrolijkheid. Alleen die naam al. Dodelijk vermoeiend.

Op mijn lapje zien ze tenminste nog een voordeel van het uurtje wakker liggen: u verbruikt 77 calorieën. Of lekker een half uur niets doen levert een verbruik op van 50 calorieën. Ook door als verkoopster werkzaam te zijn kunt u het verbruik van calorieën gaan tellen. Net als na vijf minuten licht administratief werk. Maar over dat soort klusjes hoor je die mevrouwen van de slankelijnbusiness niet.

Terug naar onze gastvrouw. Heeft u haar traktaties toch niet kunnen weerstaan en gaat u tonnetjerond naar huis? Zoek een vrolijke, passende activiteit op dit lapje en de éclairs verdwijnen als sneeuw voor de zon. En als dat niet lukt dan stoppen we gewoon boerenkoolchips met een eierkoek in de blender. Daar schijn je echt alles superstrak mee te kunnen oplossen.

Koddig calorieënlapje

Poedel Suzette met alpino-toef

Suzette de poedel van AvonZie hier Suzette een poedel als parfum-flacon, uit de collectie van Avon. Voorpootjes braaf gevouwen voor de borst. Voor wie dat niet weet: Avon is een Amerikaans cosmeticamerk en werkt sinds jaar en dag met consulentes. Het merk bestaat al ruim 130 jaar. De oprichter D. H. McConnell, een Ierse immigrant, wilde vrouwen door ze als consulenten te laten werken economische onafhankelijkheid bieden. Revolutionair in 1886, om als vrouw vanuit huis cosmetica te verkopen aan je kennissen en buren. En dan te bedenken dat in 2017 economische onafhankelijkheid nog steeds niet gender-neutraal is.

De consulentes van Avon komen gezellig bij de mensen thuis. Dat doe ik ook graag, mensen observeren in hun natuurlijke habitat. Maar eindeloos cosmetisch leuteren en een beetje gaan zitten smeren in de beautybusiness, daar voel ik dan weer niks voor.

Toch zat ik ooit bij een meisje thuis aan de keukentafel vol make-up. Iedere dag stond het wichtje twee uur eerder op vanwege haar ochtendritueel. Ik kwam er ook speciaal vroeg voor uit de veren. Vooral gedreven door nieuwsgierigheid, omdat ik zelf een heel andere smeertechniek hanteerde in de ochtend. In die twee uur ging zij aan de slag om een soort geschilderde isoleerlaag van make-up aan te brengen. Ik kreeg ernstig het vermoeden dat het plamuren haar tegen wrede invloeden van buitenaf moest beschermen. Dit terwijl het meisje vrolijk smerend uit een enorm arsenaal aan potjes en flesjes, tegenover mij zat. Het was aandoenlijk om te zien. Ze was behendig, maar dat kan ook niet anders. Iedere dag opnieuw zorgt voor souplesse. Het resultaat werd een ‘millefeuille’ van laagjes crème, kleur, poeder, zalf, likjes en toefjes. Onbewust smeerde ze iedere dag haar naturelle ik dieper weg in de huid. Gewoon ermee stoppen was niet meer mogelijk.

De scene speelde zich af diep in de bossen in Brabant, daar kom ik echt nooit meer. Heel soms denk ik nog wel eens aan dit meisje en vraag mij af hoe het met haar gaat. Ik weet dat we tijdens het maquilleren een gesprek hadden over het naakte gezicht tonen aan toekomstige verkeringen. Het arme kind was er niet rijp voor. Hopelijk durft ze nu wel poedelnaakt met een frisse verkering in haar gladgestreken bedje te liggen.

Het is lang geleden, jaren tachtig. Volgens mij konden we er toen collectief wel wat van, van smeren bedoel ik. Je ziet ze nog wel eens lopen, die oude jaren tachtig-meisjes, die zijn blijven hangen in hun op jonge leeftijd aangeleerde smeertechniek.

Terug naar Suzette, onze poedel. Dit flesje werd verkocht rond de jaren zestig van de vorige eeuw. Heel toevallig waren poedels net niet aan te slepen. Kijk maar hier op dit pinterest-moodboard. Als broches, op kleding en in armen van glamoureuze filmsterren, op behang, op tasjes, bij Barbie, op tv, in tijdschriften. Iedereen een poedelminnaar. De poedel werd een mode-object met outfits passend of contrasterend bij het pakje van het baasje.

Er is iets geks aan de hand met de poedel. Het zijn rare jongens, een beetje fout. Ze hebben iets volks en hysterisch aan hun kont hangen. Die grote koningspoedels zijn net genetisch gemanipuleerde beesten. Ze lijken wel nep. Hooghartig lopen ze rond op hoge poten, een beetje uit proportie. Tekenfilm-personages die in de echte wereld zijn terechtgekomen. En dan dat rare kapsel, die maffe haardracht met die bollen. Of zoals bij Suzette een rare alpino-toef bovenop het hoofd. Allemaal de schuld van het baasje. Wat mij betreft mogen soortgenoten alleen soortgenoten verfraaien. Dus hup, aan de slag als Avon consulente. Lekker cosmetisch adviseren en beginnen met kennissen en buren!

VPRO Cover 2017 DIY Mevrouw R. – De omslag

DIY omslag VPRO 2017 Mevrouw. RMevrouw R. heeft een tekening gemaakt voor de VPRO-Cover wedstrijd 2017. ‘Het thema voor dit jaar: omslag. Het betreft zowel een ontwerp voor de voorkant als de achterkant van de eerste gids van het jaar. Neem het letterlijk, figuurlijk, politiek, maatschappelijk, visionair, kortzichtig of persoonlijk’, riep de VPRO wedstrijdcommissie ons toe.

Wanneer het water ons tot aan de lippen komt, moeten we door en stropen de broek op, dacht ik. Volk van water, toont uw daadkracht. Ik dacht ook: de omgeslagen spijkerbroek, soms hip en soms hopeloos ouderwets. Wanneer er één iemand mee begint volgen er vanzelf meer.

En omdat een omslag een stukje papier is dat je om het boek of tijdschrift slaat kunt u nu als geste voor dit nieuwe jaar mijn ontwerp printen. Om dat dan zelf eens lekker om iets heen te slaan, bijvoorbeeld om de nieuwe VPRO gids. En een omslag als verandering, hoe klein ook, kan soms het begin blijken van iets moois. Een betere start voor het nieuwe jaar kon ik niet bedenken.

Hier kunt u de voorkant en achterkant downloaden. Omdat niet iedereen een professioneel drukkerijtje thuis heeft hebben wij van Mevrouw R. het lekker eenvoudig gehouden. Gewoon twee A4 printjes die met iedere huis-tuin-keuken printer gemaakt kunnen worden.

De pietjes-precies onder u kunnen er nog een klein centimetertje vanaf snijden, aan de onderkant. En met een stukje tape plakt u de twee A4-tjes aan elkaar. Een klusje van niks. Maar wat een omslag!

In de pas

Militairen muzikantenGroepen mensen die zichtbaar een verzameling zijn krijgen van mij altijd extra aandacht. Eerst zoek ik naar overeenkomsten en van daaruit ga ik door naar de verschillen. Verschillen kunnen groot of klein zijn. Heb ik nog meer tijd dan zoek ik binnen de verschillen weer naar overeenkomsten.
Al dat gekoekeloer komt voort uit twee van mijn oer-fascinaties: eenlingen en verzamelingen. Wie zijn de volgers, wie is de leider? En is dit echt zo of denkt diegene het alleen maar zelf?

Gisteren zag ik een mooie verzameling in de vorm van een vader en zijn frisse tienerdochter. Beide hadden dezelfde doorgezakte houding, blijkbaar sterk in de genen aanwezig. Ze liepen als een treintje door de ruimte achter elkaar aan, allebei gekleed in een slobberige spijkerbroek. Ze bleven staan voor een tafel en keken opzij door alleen het hoofd te draaien. Ze zagen iets waar ze het fijne nog niet helemaal van hadden begrepen. Bij beide viel de mond open en zakte de kin naar beneden. Daar bleef hij hangen. Een identieke blik in hun ogen. Op zoek naar houvast. Ze waren alleen in het grote geheel en ze begrepen het niet. Ik vond het een cadeautje. Ik kwam net gebukt vanachter een plant vandaan en zag de scene voor mijn neus zich afspelen. Ademloos keek ik ze na. Het leek wel een dans.

De hier afgebeelde verzameling muzikale strijdkrachten is een illustratie van een bij elkaar horend gezelschap. Denk maar aan een fanfare, iedereen gekleed in hetzelfde uniform. Door het marcheren worden de individuele muzikanten opgeslokt in een homogene paradeer-machine die het orkest is. Tijdens het spelen zullen ze in hetzelfde ritme de benen optrekken, alsof ze één lichaam zijn geworden. Hoe doen ze dat toch? In een fitnessklasje is het al zo moeilijk om met de hele klas mee te springen in het gewenste ritme. Oefening baart kunst, natuurlijk. Ooit koesterde ik vurige verlangens om gezamenlijk synchroon te kunnen hopsen in een fitnessklasje. Voor ik het juiste ritme ook maar had kunnen vinden hield ik het alweer voor gezien. Toch liever iets sportiefs in mijn eentje, in mijn eigen ritme.

Dus dat orkest moet wel weten op welke manier en waarheen ze marcheren. De mannen en vrouwen kunnen niet zomaar hun eigen zin doen. De frontman, de tambour-maître, loopt zwaaiend met een stok voor de muziek uit. Hij is een soort majorette-dirigent heb ik mij laten vertellen. Hij zwaait en zwiert het ritme en de te marcheren richting de lucht in, met behulp van zijn mace. Dat is die stok met sierknots. En soms roept hij een bevel.

Wanneer u aan de kant van de weg staat tijdens een taptoe en er komt een fanfare, harmonie of drumband aan dan ziet u vast wel een toeschouwer die van pure vreugde op het ritme gaat marcheren of anderszins bewegen. Daar kan deze persoon dus niets aan doen, het is het effect van de muziek op lichaam en geest. Het zit in onze genen om op marsmuziek te marcheren. Vroeger gebruikte men de muziek om de soldaten op te zwepen.

Welbeschouwd is de hele wereld een doldwaze taptoe vol verzamelingen. Bijna iedereen maakt wel ergens deel van uit. En anders ga je lekker koekeloeren vanaf de zijkant. Hoor je bij de verzameling eenlingen.

Statusverhogende pubervriend

Pubers in Soester NatuurbadOp de foto een groep van dertien pubermeisjes. Ze duiken vanaf de lange zijde in het bad. Niet via de startblokken. Het startschot schijnt nog niet tot iedereen te zijn doorgedrongen. De meisjes vooraan staan nog te wachten. De derde van voren lijkt zich te realiseren dat ze iets heeft gemist. Verrek; uit haar ooghoeken ziet ze de meisjes links van haar al gaan. De eerste twee van links hebben nog geen idee. Achteraan mooi te zien hoe de afzet wordt ingezet voor een gracieuze sprong. Let op het zwemmutsje van het eerste meisje, als enige een bandje onder de kin. De schouders van frisse tiener nummer twee staan krampachtig naar voren.

Waarschijnlijk is deze foto gemaakt in het Soester Natuurbad. Een werkverschaffingsproject: werklozen werden door de overheid verplicht ongeschoold werk te verrichten. Omstreden vanwege uitbuiting. Mensen moesten met eenvoudig materiaal zwaar fysiek werk verrichten en kregen slecht betaald. Het Soester Natuurbad is in 1933 gebouwd en was open tot 1990. Achterop de foto een stempel van Archifoto Amersfoort, een fotopersbureau.

Bij het zien van de foto denk ik aan mijn eigen minibadje in dit kleine ministadje. Daar gaan alle zzp’ers met strak opgetrokken schouders op vrijdagmiddag voor ontspanning lunchzwemmen. Ze dobberen normaal gesproken rustig in het water en zwemmen hun baantjes. Niks aan de hand.
Maar op die dag staan er zeven bussen voor het zwembad. Uit de bussen zijn driehonderd pubers gekropen. Driehonderd pubers die niet willen worden uitgesloten en daarom allemaal hetzelfde doen: elkaar uitlachen, stompen en achterna zitten.

Driehonderd pubers in mijn zwembadje? Ik zet mijn fiets neer en visualiseer alvast welk drama mij de komende vijfenveertig minuten te wachten staat, onder het mom van vrolijke puberpret. Ik grom zwaar, het enige wat ik kan doen is mij visueel en auditief zo goed mogelijk proberen af te sluiten.

Na het omkleden kom ik het zwembad binnen en zie overal drukke pubers, die allemaal tegelijkertijd in het water lijken te springen. Het water klotst tegen de wanden. Met driehonderd adolescenten in het bad blijven al die hardwerkende zzp-schouders strak staan. Ik zie verbeten blikken en krampachtige zwemtechnieken.

Meisjes gillen, dat hoort allemaal bij het doldwaze puberspel. Ze rennen weg voor jongetjes. Niet echt hard, want ze willen juist graag dat jongens hen in het water gooien. Jongens willen laten zien wat ze kunnen en durven. Meisjes gluren tussen de oogharen naar jongens. Als ze niet meer achterna gezeten worden friemelen ze nonchalant aan het haar.
Zelfbewuste puber-meisjes zijn er ook. Deze paradeerden op lange dunne beentjes langs de badrand. De armen strak voor het lichaam gevouwen. Onzekere pubers verbergen het lichaam liever onder water, zodat niemand ziet hoe ze langzaam transformeren.

Oorverdovende kabaal, overal scene’s van glibberende tieners in alle stadia van metamorfose. Bikini’s en zwembroeken in alle soorten en maten. Huilend zwem ik mijn baantjes. Ik vraag mijn geld terug aan de badmeester. Maar hij kan niet praten, is er zelf ook kapot van.

Een week later ga ik weer naar het zwembad. Ik gluur voorzichtig om het hoekje of er geen bus staat. Ik vraag aan de kassa of ze het zeker weten. Ze zullen toch niet later komen?

Het was eenmalig. Opgelucht haal ik adem.

Pubers, ach ja, ze doen enorm stoer maar zijn als de dood buiten de boot te vallen. Pubers vinden alles wat anders is stom. Pubers zijn hongerig naar sociale beloning. Niet van een ouder of een autoriteit. Ouders bezorgen pubers immers alleen maar schaamte. Nee, ze willen een sociale beloning van een statusverhogende pubervriend. Maar in feite zijn pubers in hun diepste ziel gewoon de eenheidsworstjes onder de mensheid. En dat alles is heel vermoeiend.

Daarom alle lof voor het pubermeisje met het kinbandje. Zij is de puber die het anders doet. Zij zou om die reden de allerbeste statusverhogende pubervriend moeten zijn.

Zelfgemaakte scheurkalender 2017

Zelfgemaakte scheurkalender 2017 op oudpapierMevrouw R. heeft een aantal tekeningen gemaakt voor De Zelfgemaakte scheurkalender 2017. Dat is heel leuk. Of niet soms? Zij is één van de tachtig mensen die een bijdrage heeft geleverd voor de editie van 2017 .

De Zelfgemaakte Scheurkalender is een heerlijke handgemaakte kalender met bijdragen van iedereen die iets heeft dat op een scheurkalender past: gedichten, gedachten, cartoons, kunst, spreuken, verhalen, recepten, reisfoto’s, scheur-opdrachten, puzzels, foto’s, strips, enzovoort. De kalender is een vergaarbak van talent: oude rotten, jong begaafden, alles komt tesamen. Kijk en daar houdt Mevrouw R. dan net weer van.

Iedereen kan deze scheurkalender bestellen via de winkel. De kalender is te verkrijgen op oud en nieuw papier.

Dus koop de 2017 editie van de  Zelfgemaakte Scheurkalender en geef hem een mooi plekje in je huis. In de keuken, in de werkkamer, op het toilet.

Ook leuk om cadeau te doen. Aan iedereen.

Er was eens Terlenka

Terlenka geruite kinderjurkNooit eerder vond ik een geruite kinderjurk zoals deze. Met het kaartje er nog aan. Niet gedragen dus. Van Terlenka: sterk, kreukherstellend, wasbaar en plooihoudend. Terlenka is de merknaam van een synthetische stof uit vervlogen tijden. Terlenka is een prachtig woord.

Ik zeg er, om mijzelf te plezieren, altijd broekje achteraan: Terlenka broekje. En denk dan aan een te korte, te wijde en te beige broek voor een te klein meneertje. Die dan een beetje zenuwachtig loopt te ijsberen in de supermarkt. Met een oud versleten linnen tasje dat hij om zijn hoogopgetrokken schoudertjes draagt. Mijn dag kan dan niet meer stuk.

Wat er zou gebeuren wanneer ik een kind dit jurkje aantrek weet ik niet. Kinderen aankleden, ik heb er geen verstand van. Het kind zelf zal duidelijk zijn. Ja, ik wil die jurk of nee, geen sprake van. En dan volgt er wel of niet een aankleed-worsteling.

Maar de omgeving? Wie weet houden de mensen mij voor een kreng van een stiefmoeder. Het zou ze ook kunnen ontroeren omdat het kind lijkt op een Engelse kostschoolpeuter. Of doet denken aan een ver achternichtje van de familie Von Trapp.

Ik zie wel eens moeders die ik ervan verdenk dat zij hun kinderen decoreren in plaats van aankleden. Net als mensen die een roze poedel kopen omdat deze zo mooi in het interieur past. Een afhankelijk levend wezen als stylingobject. Ik geloof niet in zulke sprookjes.

Nee, dan geruite Terlenka jurkjes. Leer uw kleuter expliciet het woord Terlenka aan, bij weigering of adoratie van het kledingstuk. En vergeet niet: herhalen is de kracht van de boodschap. Dus drie keer achter elkaar Terlenka roepen naar je kleine peuter. Dan komt het met de verbeelding van dat lieve kind wel goed. Met dank aan de taal.

En nooit meer onschuldige kinderen of huisdieren decoreren. Trouwens, kleine meneertjes uitlachen mag eigenlijk ook niet.