Statusverhogende pubervriend

Pubers in Soester NatuurbadOp de foto een groep van dertien pubermeisjes. Ze duiken vanaf de lange zijde in het bad. Niet via de startblokken. Het startschot schijnt nog niet tot iedereen te zijn doorgedrongen. De meisjes vooraan staan nog te wachten. De derde van voren lijkt zich te realiseren dat ze iets heeft gemist. Verrek; uit haar ooghoeken ziet ze de meisjes links van haar al gaan. De eerste twee van links hebben nog geen idee. Achteraan mooi te zien hoe de afzet wordt ingezet voor een gracieuze sprong. Let op het zwemmutsje van het eerste meisje, als enige een bandje onder de kin. De schouders van frisse tiener nummer twee staan krampachtig naar voren.

Waarschijnlijk is deze foto gemaakt in het Soester Natuurbad. Een werkverschaffingsproject: werklozen werden door de overheid verplicht ongeschoold werk te verrichten. Omstreden vanwege uitbuiting. Mensen moesten met eenvoudig materiaal zwaar fysiek werk verrichten en kregen slecht betaald. Het Soester Natuurbad is in 1933 gebouwd en was open tot 1990. Achterop de foto een stempel van Archifoto Amersfoort, een fotopersbureau.

Bij het zien van de foto denk ik aan mijn eigen minibadje in dit kleine ministadje. Daar gaan alle zzp’ers met strak opgetrokken schouders op vrijdagmiddag voor ontspanning lunchzwemmen. Ze dobberen normaal gesproken rustig in het water en zwemmen hun baantjes. Niks aan de hand.
Maar op die dag staan er zeven bussen voor het zwembad. Uit de bussen zijn driehonderd pubers gekropen. Driehonderd pubers die niet willen worden uitgesloten en daarom allemaal hetzelfde doen: elkaar uitlachen, stompen en achterna zitten.

Driehonderd pubers in mijn zwembadje? Ik zet mijn fiets neer en visualiseer alvast welk drama mij de komende vijfenveertig minuten te wachten staat, onder het mom van vrolijke puberpret. Ik grom zwaar, het enige wat ik kan doen is mij visueel en auditief zo goed mogelijk proberen af te sluiten.

Na het omkleden kom ik het zwembad binnen en zie overal drukke pubers, die allemaal tegelijkertijd in het water lijken te springen. Het water klotst tegen de wanden. Met driehonderd adolescenten in het bad blijven al die hardwerkende zzp-schouders strak staan. Ik zie verbeten blikken en krampachtige zwemtechnieken.

Meisjes gillen, dat hoort allemaal bij het doldwaze puberspel. Ze rennen weg voor jongetjes. Niet echt hard, want ze willen juist graag dat jongens hen in het water gooien. Jongens willen laten zien wat ze kunnen en durven. Meisjes gluren tussen de oogharen naar jongens. Als ze niet meer achterna gezeten worden friemelen ze nonchalant aan het haar.
Zelfbewuste puber-meisjes zijn er ook. Deze paradeerden op lange dunne beentjes langs de badrand. De armen strak voor het lichaam gevouwen. Onzekere pubers verbergen het lichaam liever onder water, zodat niemand ziet hoe ze langzaam transformeren.

Oorverdovende kabaal, overal scene’s van glibberende tieners in alle stadia van metamorfose. Bikini’s en zwembroeken in alle soorten en maten. Huilend zwem ik mijn baantjes. Ik vraag mijn geld terug aan de badmeester. Maar hij kan niet praten, is er zelf ook kapot van.

Een week later ga ik weer naar het zwembad. Ik gluur voorzichtig om het hoekje of er geen bus staat. Ik vraag aan de kassa of ze het zeker weten. Ze zullen toch niet later komen?

Het was eenmalig. Opgelucht haal ik adem.

Pubers, ach ja, ze doen enorm stoer maar zijn als de dood buiten de boot te vallen. Pubers vinden alles wat anders is stom. Pubers zijn hongerig naar sociale beloning. Niet van een ouder of een autoriteit. Ouders bezorgen pubers immers alleen maar schaamte. Nee, ze willen een sociale beloning van een statusverhogende pubervriend. Maar in feite zijn pubers in hun diepste ziel gewoon de eenheidsworstjes onder de mensheid. En dat alles is heel vermoeiend.

Daarom alle lof voor het pubermeisje met het kinbandje. Zij is de puber die het anders doet. Zij zou om die reden de allerbeste statusverhogende pubervriend moeten zijn.

Zelfgemaakte scheurkalender 2017

Zelfgemaakte scheurkalender 2017 op oudpapierMevrouw R. heeft een aantal tekeningen gemaakt voor De Zelfgemaakte scheurkalender 2017. Dat is heel leuk. Of niet soms? Zij is één van de tachtig mensen die een bijdrage heeft geleverd voor de editie van 2017 .

De Zelfgemaakte Scheurkalender is een heerlijke handgemaakte kalender met bijdragen van iedereen die iets heeft dat op een scheurkalender past: gedichten, gedachten, cartoons, kunst, spreuken, verhalen, recepten, reisfoto’s, scheur-opdrachten, puzzels, foto’s, strips, enzovoort. De kalender is een vergaarbak van talent: oude rotten, jong begaafden, alles komt tesamen. Kijk en daar houdt Mevrouw R. dan net weer van.

Iedereen kan deze scheurkalender bestellen via de winkel. De kalender is te verkrijgen op oud en nieuw papier.

Dus koop de 2017 editie van de  Zelfgemaakte Scheurkalender en geef hem een mooi plekje in je huis. In de keuken, in de werkkamer, op het toilet.

Ook leuk om cadeau te doen. Aan iedereen.

Er was eens Terlenka

Terlenka geruite kinderjurkNooit eerder vond ik een geruite kinderjurk zoals deze. Met het kaartje er nog aan. Niet gedragen dus. Van Terlenka: sterk, kreukherstellend, wasbaar en plooihoudend. Terlenka is de merknaam van een synthetische stof uit vervlogen tijden. Terlenka is een prachtig woord.

Ik zeg er, om mijzelf te plezieren, altijd broekje achteraan: Terlenka broekje. En denk dan aan een te korte, te wijde en te beige broek voor een te klein meneertje. Die dan een beetje zenuwachtig loopt te ijsberen in de supermarkt. Met een oud versleten linnen tasje dat hij om zijn hoogopgetrokken schoudertjes draagt. Mijn dag kan dan niet meer stuk.

Wat er zou gebeuren wanneer ik een kind dit jurkje aantrek weet ik niet. Kinderen aankleden, ik heb er geen verstand van. Het kind zelf zal duidelijk zijn. Ja, ik wil die jurk of nee, geen sprake van. En dan volgt er wel of niet een aankleed-worsteling.

Maar de omgeving? Wie weet houden de mensen mij voor een kreng van een stiefmoeder. Het zou ze ook kunnen ontroeren omdat het kind lijkt op een Engelse kostschoolpeuter. Of doet denken aan een ver achternichtje van de familie Von Trapp.

Ik zie wel eens moeders die ik ervan verdenk dat zij hun kinderen decoreren in plaats van aankleden. Net als mensen die een roze poedel kopen omdat deze zo mooi in het interieur past. Een afhankelijk levend wezen als stylingobject. Ik geloof niet in zulke sprookjes.

Nee, dan geruite Terlenka jurkjes. Leer uw kleuter expliciet het woord Terlenka aan, bij weigering of adoratie van het kledingstuk. En vergeet niet: herhalen is de kracht van de boodschap. Dus drie keer achter elkaar Terlenka roepen naar je kleine peuter. Dan komt het met de verbeelding van dat lieve kind wel goed. Met dank aan de taal.

En nooit meer onschuldige kinderen of huisdieren decoreren. Trouwens, kleine meneertjes uitlachen mag eigenlijk ook niet.

Paris en de palingen

Portret van een meisje – meneer GrintjesParis Hilton is op onze camping in Denemarken. Gewoon tegenover ons. In een gezellig Deens houten huisje. Kruipen in een tentje ging haar net iets te ver. Niet charmant genoeg, denk ik.

Samen met haar internationale voetballer, herkenbaar aan het kapsel met semi-nonchalante haarveeg en royaal getatoeëerde ledematen.

Paris huppelt doorlopend over de camping met haar aangenomen stiefdochter. Dat is het dochtertje van de voetballer uit een eerder huwelijk.

Voor iedere huppel-activiteit heeft Paris een ander kledingsetje meegenomen op vakantie. Paris mocht van de internationale voetballer alle tasjes meenemen die ze nodig dacht te hebben op vakantie. Daar doet de voetballer niet moeilijk over. Misschien kunnen andere mannen nog iets van hem leren?

Paris weet dat iedereen naar haar kijkt, maar dat vindt ze niet erg. Ze zet haar flaphoed recht, pruilt de lippen en huppelt verder. Ze loopt zo rechtop, er zit nergens een slordig bochtje of een imperfect bultje. Schier onmogelijk.

Drieëntachtig jaar eerder wordt het hierboven afgebeelde meisje gefotografeerd. Ze weet dat er naar haar wordt gekeken, al is ze pas een jaar of vijf. Haar hoofd een klein beetje scheef naar de fotograaf gericht. Mooie jaren ’30 krullen. De wangen en de lippen ingekleurd voor een blozend effect, lief en zoet.

Haar schoenen in dezelfde rode kleur als de geborduurde vogels op haar gele jurk. De witte kousen met ribbels om knie en enkel. Paling in de kousen hebben noemden ze dat vroeger.
De armen achter de rug rustend op een hek van een plantsoen. Naast haar een groene lantaarnpaal. Op de achtergrond een groen houten hek.

Rechtsonder een handtekening en datum:
Grintjes 16-09-1933
Achterop een klein stukje papieren tape met de volgende opdruk zichtbaar:
ijk 10 – Dordrecht
…Over het Korte Kromhout

Tellen we terug dan zal ze rond 1928 geboren zijn. Dan is ze nu 88 jaar. Op het moment dat meneer Grintjes door zijn knieën zakte voor de foto, was zij nog heerlijk onschuldig.
Hopelijk heeft ze zichzelf in haar leven ontdekt en minder gekozen voor conventies.

Och, daar komt onze Paris al weer aangehuppeld. Vergis ik mij nu of zit de hele microkosmos van campingbewoners een beetje verveeld te gapen?
Kom op, meidje, laat de controle eens lekker gaan. Kruip om te beginnen maar eens op je knieën in het allerkleinste tentje.

En koester onverschrokken opkomende palingen in je kousen.

Melancholische Perzische

Melancholische PerzischeEen gravure. De korrelige structuur van de foto is kenmerkend voor een zinkografie. Denk maar aan een zinken teil en je snapt het wollige.
Met als eerste opvallende detail de wulpse roze rok. Met gemak zie je de heupen en de rok deinen op het opzwepende oriëntaalse ritme. Een voluptueuze buik die een beetje scheef hangt, door de zwaartekracht van het nonchalante liggen. Waarom ook niet? Wie heeft tenslotte bedacht dat een buik strak moet zijn?

Om de enkel een bandje, waarschijnlijk van zilver met kleine belletjes die speels tinkelen als je beweegt. Lichtheid in een somber leven. Een arm ondersteunt het hoofd, een dikke vlecht langs de nek  gedrapeerd op het jasje. Bewust van de fotograaf. De blik introvert naar beneden. Willen verdwijnen van het beeld, dit in tegenstelling tot de buik. De andere arm in een pose die we als verleidelijk zouden kunnen zien, al werkt de gezichtsuitdrukking niet erg mee.

Het dikke tapijt voorzien van prachtige patronen en kleuren. Gouden knopen op het jasje en langs de minirok een gouden bandje. Royale bank om op te liggen. Linksboven de bank staat het cijfer 593 geschreven, in kleine blauwe letters.

Ooit lang geleden zag ik een expositie met foto’s van diverse harems. Nooit vergeet ik meer die fotobeelden van de eunuchs. Slaven die elders gecastreerd werden en de enige mannen die in een harem mochten verblijven. De triestheid zichtbaar in de ogen. Ik herinner mij het overnemen van zachte vrouwelijke trekken in hun gezicht en lichaam door wegkwijnende mannelijkheid. Het maakte veel indruk.
De rijkdom en luxe van de harem, helemaal niets in vergelijk met het wegnemen van de essentie van een mens. Intens wreed.

Dit deel, En perse types, costumes en Mœurs,  is een onderdeel van het boek Autour du monde Aquarelles Souvenir Voyages. Ca. 1900 uitgegeven door L.Boulanger, Boulevard Montpernasse. Dit boek moet tot de verbeelding hebben gesproken voor iedereen die toen de foto’s bekeek.

Bij een treurige meneer vond ik een stapeltje rommelige papiertjes. Op een daarvan stond deze melancholische Perzische uit een harem. De meneer hield zijn verkooppraatje maar ik was al op reis. Het drong niet tot mij door. Reizen met de restjes van dit boek op schoot door het zien van de kleding, de dagelijkse taferelen en de landschappen.

Ik ga er even tussenuit en hoop u weer terug te zien na de zomer.
En pak in de tussentijd uw allermooiste boek en leg het op uw schoot.

DIT BEN IK – een mens in zijn slaapkamer

Geïnspireerd op de fantastische rubriek DIT BEN IK – portret van een kind in zijn slaapkamer uit de Volkskrant. Met in de derde aflevering Sandra Barth.

Sandra Barth in haar slaapkamer

DIT BEN IK – portret van een mens in zijn slaapkamer

Geïnspireerd op de fantastische rubriek DIT BEN IK – portret van een kind in zijn slaapkamer uit de Volkskrant. Met in de tweede aflevering Linda van Drie.

 

Een blik op eten

Eva recepten blikjeEen wit metalen blikje met vrolijk gekleurde proviand zoals wortels, tomaten en flessen olie. In zwarte letters Eva recepten. Binnenin receptenkaartjes, gerubriceerd met tabbladen. Eva; het rijk der vrouwen, een tijdschrift dat verscheen tussen circa 1940 en 1972. En in dat rijk der vrouwen werd er gekookt.

Ik vind het trommeltje in een schap op een rommelmarkt, in de buitenlucht. Op weg naar huis bedenk ik dat als we over eten praten we nooit alleen over eten praten. We beschrijven mensen met wie we de maaltijd delen en vertellen over de sfeer aan tafel. Zitten we op een vaste plek, met z’n allen of alleen voor de tv? Worden er gesprekken gevoerd? Eten we ons bord leeg of gooien we de spruitjes weg als niemand kijkt?

Mijn eerste lessen over voedsel krijg ik van mijn ouders. Daarna, behoorlijk jong nog, ga ik zelf ook wat proberen. Met het groter worden van mijn wereld groeien mijn ervaringen  met voedsel. Ik leer en hoor van dingen waar ik niets van weet. Kookboeken maken vanaf mijn elfde jaar mijn knieën week.

Ik heb mensen echt horen zeggen dat ze niet om eten geven. “Als het kon nam ik een pilletje in plaats van eten”. Als ik dit hoor krijg ik rillingen over mijn rug en voel diep mededogen. Er zijn zoveel aspecten die te maken hebben met voedsel en de sociale gebeurtenissen eromheen. Bereiden, inkopen, sorteren, bedenken, bewerken, kneden, uitproberen, verwennen, aankleden. Is er dan niets, helemaal niets van je gading bij?

Ik heb eindeloze herinneringen aan eten. Van een kleine waggelende man die teveel at na jaren van een totalitair rantsoen, tot een door vlinders gevuld lichaam dat alleen van liefde al kon bestaan. In de heetste zomer die ik ooit meemaakte at ik buiten in een regenbui. Wij zaten op het terras. Iedereen ging naar binnen bij de eerste druppels, wij bleven zitten. De regen siste op onze verhitte lichamen. Wij kregen applaus van het hele restaurant. En de verkoelende regen kwam eindelijk, eindelijk met bakken naar beneden.
Nooit vergeet ik de big in de pot, bovenop de tegelkachel. In een ver en folkloristisch land, tussen de bergen, stond bovenop een tegelkachel een wasteil. Daarin lag het speenvarken voor aan het spit. De varkenspootjes koket uit de teil. Het hele gezelschap keek ongemakkelijk naar de hakjes, giechelden zenuwachtig en nam er nog maar een. De echte kerels stonden op en deden het vuile werk.

Mijn herinneringen voeren mij mee op reis, langs plaatsen waar ik was, door de tijd en langs mijn disgenoten. De ene gedachte roept de andere op. Opgeborgen, als in een blikje, komen ze er één voor één uit. Ik zou gulzig en onverzadigbaar uren kunnen doorgaan. De herinneringen aan eten: ik lust ze rauw.

Zweet

Het is donker. Ik kijk, maar zie niets anders dan mijn eigen hoofd weerspiegeld in de ruit van de trein. Met piepende remmen komt deze tot stilstand. Het klinkt hard en scherp in de leegte van het onzichtbare landschap.

Het is warm in de trein, ik probeer een raam te openen. Dat gaat niet.
Met andere reizigers sta ik in het gangpad. Mijn rugzak voor mij op de grond. Achter mijn rug is een compartiment waar reizigers een zitplek hebben en dus kunnen slapen.

OostblokstationIk ben in m’n eentje vanuit Oost-Berlijn op weg naar Praag. Op advies van mijn ouders laat ik mijn rugzak geen moment alleen. Zodat er niks uitgepikt wordt, denk ik. Mijn ouders denken volgens mij meer aan iets erbij stoppen.

De onbestemde plek waar de trein stil staat is de grenspost. Stil en verlaten. De felle lampen, duidelijk op de trein gericht, maken de omringende nacht nog donkerder.

De grenswachters dragen wapens op hun schouders. Gekleed in donkere uniformen lopen ze langs de trein. Sommigen hebben blaffende herdershonden aan een lijn. Het voelt alsof ik ben achtergelaten en overgegeven aan deze grenswachten. Ik heb nog nooit zoiets gezien.
Ze gebruiken spiegels op stokken om onder de trein te kijken.

Terwijl ik uit het raam kijk zie ik een heel dikke man. Hij heeft duidelijk de leiding. Met een aantal andere mannen stapt hij de trein binnen, vlakbij waar ik in het gangpad sta. Ik kan hun laarzen horen kraken. Naast mij snuffelt een hond aan bagage en reizigers.

Deze dikke man is de dictator van zijn grenspost. Ik kijk naar hem. Maar durf dat niet te lang te doen. Straks kijkt hij terug en ik wil beslist geen oogcontact maken. Intuïtief begrijp ik dat ik deze man niet moet dwarszitten of uitdagen.

Ineens staat hij voor mijn neus. Ik heb geen idee hoe ik mij moet gedragen. Hij flirt met mij, zit aan mijn blonde haar met zijn dikke worstvingers. Ik ruik zijn zware lichaamsgeur. Hij spreekt in een voor mij onbegrijpelijke taal. Met een grijns op zijn gezicht gaat hij nogmaals door mijn haar. Hij lacht en de anderen mannen lachen mee.

Dan vraagt hij mijn paspoort en kijkt mij indringend aan. Hij zegt iets tegen de anderen mannen. Ik krijg mijn paspoort terug.
Terwijl hij zich achter mij langs wurmt voel ik zijn vette lichaam tegen mij aandrukken. Hij blijft hangen en ademt zwaar in mijn nek. Even twijfel ik of ik het me verbeeld maar het duurt te lang. Het is overduidelijk. Ik durf niet te kijken, niet naar buiten, niet naar de man.

Als de man eindelijk weg is kijk ik weer naar mijn eigen spiegelbeeld. Ik schrik van mijn angstige blik en zucht.
Ik pak een elastiekje uit mijn rugzak en draai een knotje in mijn haar.

Noot: Deze column heb ik geschreven tijdens een schrijfcursus onder begeleiding van Annette Verspoor. Daarna heb ik hem ingezonden voor de OSKA columnwedstrijd 2015. Uit alle inzendingen werden er twintig geselecteerd voor het columnboekje 2015. Bovenstaande column was één van de geselecteerde columns.

DIT BEN IK. Portret van een mens in zijn slaapkamer.

Een nieuwe rubriek geïnspireerd op de fantastische rubriek Dit ben ik. Portret van een kind in zijn slaapkamer uit de Volkskrant. Met deze aflevering Ron Jagers.

Ron Jagers in zijn slaapkamer