Gedicht: Snoezepoes

Smachtend sprak de kater voor zich uit
“Ik weet, ik ben een ijdeltuit

Niemand anders heeft zo’n mooie vacht
Of zulke schattige kuiltjes als hij lacht

Nee, ik ben werkelijk uitzonderlijk mooi
Er zijn er weinig van zulk allooi

Denkt er eentje toch te kunnen tippen
Dan tuit ik zoetjes mijn prachtige lippen

En zeg vilein: ‘Ach snoezepoes, wees eens lief,
 je bent er toch echt enkel voor mijn gerief’ “.