Rommeligheid in Berlijn

oude ansichtkaarten uit BerlijnAfgelopen week kocht ik in een winkeltje in Berlijn wat oude ansichtkaarten. Op een bank in de hoek van de winkel zat een vrouw een boek te lezen. Aan haar bood ik een andere prijs, zij moest eerst overleggen met de man. De man was nukkig, wilde niet onderhandelen over een prijs. “Was ik soms gek geworden?” Ik rommelde wat ontdaan met de door mij geselecteerde kaarten. Een kaart was geschreven door Onkel Fritz. Door mijn gerommel ligt nu onder andere de kaart van Onkel Fritz nog op het tafeltje bij de norse verkoper en zijn lezende vrouw. Jammer maar helaas.

Zichtbaar zijn Palast der Republik, Restaurant Moskau Karl-Marx Allee, Frankfurter Tor, Humboldt-Universität, Bahnhof Alexanderplatz, en Kurfürsterdamm. Stuk voor stuk bijzondere plekken waarover nog veel te vertellen valt. Kaarten geschreven door bezoekers van de stad aan familie en vrienden. In de jaren zestig en zeventig. De meeste voorzien van DDR postzegels. Zie ook de frisse opgewekte kleuren die we zo goed kennen van fotografie uit deze tijd. Strakke architectuur, enorme pleinen, weinig auto’s en relatief veel publiek op straat. Bijna alle kaarten gemaakt door VEB Bild und Heimat Reichenbach.

Ik houd van Berlijn vanwege de alom aanwezige rommeligheid. Stel je een cafe voor waar de toonbank de centrale plek is. Qua formaat iets te groot voor het café, maar dat mag de pret niet drukken. Tafels en stoelen, allemaal verschillend, staan schots en scheef door het lokaal. Er zitten allemaal verschillende mensen: oude en jonge mensen, alleen of met gezelschap, rijk of arm, geliefd of eenzaam.
Bestellingen geef je zelf door aan de bar. De bediening komt niet aan je tafeltje langs. In de rij voor de balie staan afhalers en café-zitters door elkaar. Ergens halverwege de rij is ook nog een tafeltje tegen de balie aangeplakt.

Helemaal achterin het café is de vitrine voor schepijsjes. Dus wanneer een oma voor haar kleinkind een ijsje wil kopen, friemelen zij zich eerst langs het tafeltje en dwars door de rij heen. En hebben ze de buit, het ijsje, binnen dan zoeken zij zich weer een weg terug door de rij wachtenden. Niemand heeft er zichtbaar last van, niemand lijkt het erg te vinden. Men verschuift een beetje en alles gaat gewoon weer verder.

Neem een Italiaans pizza restaurant. Het menu op kaartjes te lezen aan de muur. Ook hier hebben zij een balie waar de klanten de bestellingen doorgeven. Vervolgens neem je plaats op een kruk of bank bij wat kleine tafeltjes. Op de wanden van deze betrekkelijk kleine ruimte, onduidelijke beamer projecties van paddenstoelen en waterdruppels: nat, koud en herfstig.
In het restaurant een zeer gevarieerde bezoekersgroep: jonge gezinnen, solo ouders met zonen, een hele Turkse familie, druk pratend, een gezin met jong volwassen kinderen, net fris aangekomen in Berlijn voor een studie, vrijgezellen en verliefde stelletjes. Lang leven het altijd en immer gevarieerde Berlijnse publiek!
Pizza’s krijg je in stukken aangeboden op houten planken van verschillende vormen en maten. Ze roepen je naam en de klant steekt zijn hand op. Een passend glas wijn tap je zelf uit een vat. Superlekkere pizza en voor de rest geen gedoe. Op een plank aan de wand enkele plastic water flessen met scheepjes erin. Onduidelijk en grappig.

In een vooroorlogs filmtheater speelt een theaterstuk. De locatie is zoals hij is, niet gerenoveerd. De charme is zichtbaar en draag bij aan een stijlvolle avond. Wij wanen ons echt in de 20er jaren door dit surrealistische muziektheater. Een vleermuis steelt de show. Tijdens de voorstelling vliegt hij meerdere keren over het toneel. Het theater is zijn onderkomen.

Berlijn is onaf. Op verschillende niveaus. De stad heeft een vreemde mix van allerlei architectuur dwars door elkaar heen. Ontstaan in verschillende tijden en onder verschillende soorten machthebbers tot stand gekomen. Neem de laatste eeuw van Duitsland maar eens onder de loep.
Het publiek lijkt de onafheid te omarmen. Acceptatie geeft ruimte om te kijken naar wat er is. Niet wat er ontbreekt. Het brengt optimisme met zich mee.

Dit Berlijnse optimisme is waar alle andere steden van de wereld proberen hun creatieve hotspots naar te modelleren.
De creativiteit van een stad werkt immers als een magneet. Echter optimisme is iets van binnenuit, geen uiterlijk kenmerk.

Berliners zijn stolz: op Berlin maar ook op hun Kiez. Hun eigen buurtje, precies daar waar ze wonen is het middelpunt van de wereld. Trots zijn is ook een interne beleving.

Vanaf 1989 kom ik in Berlijn. Vanaf dat moment zag ik een stad in een opwindende beweging. Wat een energie, wat een enerverende stad met een buitengewone geschiedenis. Via persoonlijke contacten leerde ik de stad beter kennen. Telkens weer verbaas ik mij over hoe waardevol deze ervaringen van toen voor mij nu zijn. Ik was getuige van iets heel bijzonders. Berlin trilde op zijn grondvesten en ik trilde mee. Fysiek de energie van iets abstracts als een stad ervaren is van een andere dimensie.

Reacties

  1. Scherp geschreven, over die acceptatie. Zo had ik het nog niet bedacht! En de opmerking over creatieve hotspots modelleren ga ik ook onthouden.

  2. De mooiste ode aan Berlijn!

  3. Wat een romantiek. Ik ken Berlijn ook sinds 1989, toen moest ik een artikel schrijven over ‘de grootste bouwput van Europa’. Daarna ben ik maar niet meer terug gegaan. Wellicht is Barcelona hierdoor mijn creatieve hotspot geworden.

Schrijf een reactie

*