Observeer-vakantiepret

Camping decoratie in een salle Polyvalente

Ik zou altijd wel vakantie willen hebben, zucht hij. We zitten in de zon op de Veluwe en drinken koffie. Ik moet lachen. Niet om wat hij zegt maar hoe. Diep, vanuit de tenen. Ik zou mij ook prima amuseren. Helemaal niet nodig om iets te plannen, gewoon een beetje aanmodderen. Meedeinen met het ritme van de dag. Een beetje tekenen, een beetje schrijven, een zakelijk telefoontje plegen voor een klusje. Bij mooi weer een fietstochtje maken en verder gewoon leven zonder zorgen.

Vakantie is voor mij lekker buiten zijn. Een ding laat mijn hartje nog sneller kloppen: koekeloeren naar mijn soortgenoten. Iedere aangeboden vorm van menselijk gedrag waardeer ik.

Ik observeer kampeerders: wat doen ze de hele dag en waar komen ze vandaan? Wie heeft de spreekwoordelijke broek aan? Hebben ze het gezellig samen of is het langzaam tijd voor wat anders? Ook ben ik onder de indruk van mensen die hele dagen in bikini of zwembroek rondlopen.

Of serveersters, een variatie aan serveersters heeft mij bediend. In regionale folkloristische jurken, opgedrongen door de baas die zoekt naar authentieke sferen. Ze groeten enthousiast de gasten. Serveren de eenvoudigste drankjes in hun allermooiste wijnglazen van zwaar kristal. Topzwaar, niet te tillen met één hand. En ondertussen kletsen over alles wat zij weten over liefde en verkering.

Daar tegenover een serveerster in Bouxwiller die verveeld rondloopt in haar mooiste rok. Zo jammer van die zichtbare onderbroek. Ze sjokt voorbij met afgezakte schouders en een enorm dienblad. Daarop enorme ijscoupes voor drie lokale zusters. Geen groet, alles lijkt haar te veel.

Ik ontmoet op een camping de tuinman die iedere dag liefdevol alle uitbundig bloeiende geraniums naloopt. Hij heeft ook een dagtaak aan het sorteren van afval, ingebracht door kampeerders. Wanneer ik hem om botanische tips vraag geeft hij glimmend van plezier zijn geheimen prijs.

Er zijn ook campings waar zowel in decor als mankracht onverschilligheid terug te vinden is. Nergens bloemen, wel overal achterstallig onderhoud. De campingbaas heeft het te druk met zijn fris aan de haak geslagen import-bruid. Die is natuurlijk onder valse voorwendselen gelokt want zij heeft ook nergens zin in. Terwijl hij zijn geblondeerde jaren tachtig coupe föhnt moet zij, arm schaap, ons kampeerders helpen aan bestelde broodjes. Zelfs in het dorp zijn ze overal klaar mee. Ergens in een hoekje vinden we nog een verlaten restaurant. Een hele community ondergedompeld in  onverschilligheid.

Elders op een camping tref ik in een salle polyvalente bovenstaand stilleven aan. Ook al is het je smaak niet, de makers kunnen we niet betichten van onverschilligheid. De kabouter speelt een centrale rol in het geheel, waarbij de nonchalant wegtrekkende beweging versterkend werkt. Let op de geraffineerde compositie van plaksels op de witte tegelwand. Het gele waarschuwingsbord, de luchtverfrisser en de briefjes waarin de bevlogen uitbaters bij voorbaat hun dank uitspreken voor het aardig zijn tegen kabouters en bloemen maken dit tot een oogverblindende installatie. En dit visuele spektakelstuk kreeg ik gewoon cadeau omdat ik daar een gebraden kippetje ging afhalen.

In Oppenheim ontbijten we in een tuttige koffietent. Vast een erfenis – de koffietent – van een tante zonder kinderen, echt niemand anders wilde ‘m hebben. Nu zit zij er maar mooi mee. We krijgen een taartplateau met kaas, worst en broodjes op tafel. De mevrouw verkoopt ook snoep. Haar gezicht maakt zelfs mij bang wanneer twee kinderen voor haar toonbankje staan. Vertwijfeld door zoveel potten lekkers weten ze niet wat ze moeten kiezen voor hun snoepzakje. En de heks van Oppenheim maakt dat alleen maar erger. Terwijl wij ontbijten gaat zij in het magazijn zitten mokken. Oppenheim verdient beter.

We treffen een gezin met drie kinderen. Het jongetje lijkt op Oskarchen, Ich wollte nicht mehr wachsen, kein Zentimeterchen uit Die Blechtrommel. Het gezin is het toonbeeld van saamhorigheid. Als één organisme bewegen ze zich over de camping. De kinderen zijn tweetalig opgevoed en spreken om en om Frans en Duits. Het jongetje is enorm nieuwsgierig en extravert. Hierdoor volgt de rest van het organisme vanzelf en kijkt uiteindelijk de hele familie nieuwsgierig in ons tentje terwijl ze ohh en ahh roepen. Nooit eerder zag ik zoveel harmonie in een tentje.

Tja, hadden we maar altijd vakantie.

Vakantie zonder koekeloeren is geen vakantie. Er valt altijd iets te zien. Dus als we maar goed naar elkaar kijken hebben we altijd een beetje vakantie. Ook al moeten we het van heel diep uit onze tenen omhoog trekken.  En anders lukt het vast bij het ophalen van een gebraden kippetje.

Schrijf een reactie

*