Oost-Duits fietsplezier

Deze Bauer fiets heb ik inmiddels een jaar of zes. In Berlijn gekocht. Op deze fiets zit je anders. Heeft u weleens gelet op de verschillende manieren waarop mensen op de fiets zitten? Nationaal maar ook internationaal een fascinerend schouwspel. Er zijn naast lokale ook nationale fietszithoudingen. Dit is een zogenaamde traditionele Duitse zit. Tegenwoordig fietsen ze meer, Duitsers, en ook op andere fietsen. Maar eerder was het nationale zitniveau ongeveer zoals op deze fiets.

Deze fiets heeft een embleem, net zoals een Rolls Royce dat op de voorkap heeft. Vijftig jaar Bauer staat erop. Het slotje is een simpel schuifje. Ik heb geen sleutel, dus ik gebruik het nooit. Het zadeltje is lichtbruin, skai leer. Lekker nep. Met wat scheuren en barsten, het is een beetje ingedroogd. De handvatten hebben gewolkte bruine vlekken. Let op de gaatjes in het spatbord, voor de jasbescherming. Eigenlijk hoort er nog een mandje van metaal op de bagagedrager.
Op het frame staat de tekst:”Das Rad des Weltmeisters 1952.” Dat gaat over Heinz Müller. Eerste Duitser Wereldkampioen wielrennen.
De Schwalbe Marathon bandjes kocht ik bij een ruige Berlijnse fietsenmaker.
Ik vind de kleur van de fiets mooi. Het is een degelijke fiets met een sportief karakter. Mooi zijn de randjes, de verbindingen en constructie onderdelen.

Met niet meer dan een fiets en wat daar aan kon hangen trok ik enkele weken geleden oostwaarts. Dwars door uitgestrekte graanvelden, meren en ruige bossen. Ik zag kraanvogels vliegend in formatie en kraanvogels in velden. Adelaars hoog in de lucht. In de verte zag ik een wolf. De heuvels waren soms pittig, soms niet noemenswaardig. Op sommige dagen zag ik maar vijf andere mensen. In ieder dorp, aan het randje, stond een Oostblokflattie. Eenzaam en verlaten. Grijs. De geschiedenis laat hoe dan ook zijn sporen achter.

Ik kwam aan in Peenemünde. Hier zou de reis verder gaan met de boot. Op het schip voer een volledig Russiche bemanning. Na al die keren heen en weer waren ze elkaar een beetje zat. Scheldkanonnade in het Russisch afgewisseld met klassieke, jaren zeventig favorieten, uitgevoerd in orgelmuziek, maakte het voor mij een reis om nooit meer te vergeten. Dat kan ook gelegen hebben aan de hard gierende bejaarden, vanwege golven-pret en deining. Of aan de zeezieke man die alsmaar naar buiten moest en zich niet staande kon houden. Hij deed dit behoorlijk klassiek, net als in de film. Het was een boeiende en hilarische  scène.

Peenemünde heeft een haventje. In de haven ligt een onderzeeboot. Het dorp heeft in zijn geschiedenis te maken gehad met de ontwikkeling en productie van V-wapens, ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Peenemünde kan er niets aan doen, die enkele mensen die er wonen ook niet. Zij proberen er wat van te maken, met een draaimolen, recht voor die onderzeeboot. Er was een snoepkraam, een souvenirstalletje en een kraampje met rommel. Op de kade stond een dj, verder was er eigenlijk niemand.

Ik keek uit over het water en dacht aan de geschiedenis van Peenemünde. En aan de geschiedenis van mijn Bauer fiets, thuis in het rek. Aan de geschiedenis van de DDR. En de geschiedenis van de mensen die er hebben geleefd en die er niet hebben geleefd. Aan de geschiedenis van mijzelf en die van de ander. Toen stond ik op.

“Vooral doorgaan”, riep ik naar de dj. En ik stapte op mijn fiets.

Schrijf een reactie

*