Le renard et les bouteilles

Drie flessen met een diepe ziel. Mijn hele vinger verdwijnt erin. Flinke laag stof. De etiketten een beetje verkleurd en hier en daar rafelig.

Deze flessen vind ik na een wandeling op het kleine tafeltje bij ons tentje. Is dat een grap? Wie zet nu drie vieze lege flessen op ons tafeltje?

Dichterbij gekomen zie ik pas wat een leuke vondst dit is. De jaartallen van links naar rechts: 1947, 1945 en 1949.

Omdat het heerlijk rustig is in dit kleine paradijs in Normandië zijn er niet veel die dit op hun geweten kunnen hebben.

In het hoekje de vriendelijke wat oudere meneer met zijn embonpoint, vrouw en racefiets. Iedere ochtend pakt hij zijn fiets en trotseert de heuvels in ons vakantiegebied. Daarna voorziet zijn elegante vrouw hem van de meest voortreffelijke spijzen, allemaal gecreëerd in het liefelijke caravannetje. Hij zet de stoel in een ander standje en doet steevast een dutje. Een leven als God in Frankrijk.

Dan is er nog een gemêleerd gezelschap met twee frisse tienerjongens, iets jongere, giechelende meisjes en een huilbaby. Ik heb te doen met deze jongens. In de buurt van de camping is niets en ze hunkeren om naar meisjes te kunnen kijken. Mooie, exotische vakantiemeisjes. Maar er zijn helemaal geen exotische vakantiemeisjes in de buurt. Fysiek dragen ze hun leed. Ze sjokken over het pad heen en weer. De baby huilt en de zusjes giechelen.

Maar de meest bijzondere gast komt de eerste avond kennis maken. In de schemer klinkt het gekraak van een plastic verpakking dichtbij. Te sterk voor een egel of iets anders van dat formaat. Dit klinkt groter.

We zien niets, alleen ligt de verpakking van de abrikozen voor de tabouleh midden op het gras. Een flinke hap eruit. Enkele minuten later zien we een vos die onverschrokken en zelfingenomen over het grasveld tippelt. Hij bespiedt ons vanachter een struik en loopt weer richting de tent. Wanneer hij ziet dat wij naar hem kijken, draait hij zich om en gaat weg.

Een vos is een hondkat of kathond. Met zijn dikke staart, soepele lichaam en excentrieke kop heeft hij van beide iets weg. De vos is het hoogtepunt op deze camping. Hij woont er al een jaar of vier. Met gemak opent hij de afvalemmer in de nacht en peuzelt de etensresten van de campinggasten op. Fantastic Mister Fox. Maar flessen op tafels neerzetten kan hij niet.

De flessen zijn een cadeautje van de campingbaas. Hij werkt aan het dak van een schuur. Tussen de oude dakbalken liggen de flessen. Tijdens een bezoek aan een paar lokale vide-greniers komen we hem eerder die week tegen. Hij hoort daar over mijn rariteitenkabinet.

Volgens wijnkenner Onno Kleyn: “Van links naar rechts gaat het om een bescheiden Haut-Médoc, een zoete Barsac (een neefje van Sauternes) en een Saint-Emilion, ook van bescheiden statuur. De wijngoederen bestaan nog, al zijn er andere eigenaren dan van de jaren van de botteling.”

Wie stopt er een lege fles in het dak van een schuurtje? Ik ken verhalen waarbij flessen te voorschijn komen op locaties waar je ze niet verwacht. Hierbij is echter altijd een ontkennende drinkebroer met een dikke rode neus in het spel.

Ik voel weer kringloopromantiek opkomen: de campingbaas kocht deze Bessin-boerderij in Normandië van een oude boer. Jaren daarvoor had de boer voor het laatst de sleutel omgedraaid van zijn oude boerderij. De hele inventaris stond nog in het onbewoonde huis. Inclusief de flessen op het zoldertje. Als ik aan zo’n schatkamer denk ga ik bijna kwijlen. Net als de vos bij de afvalbak .

Reacties

  1. Ria Reuvers schrijft:

    Wat een prachtig verhaal Astrid. Ik zie het helemaal voor me.
    Geniet nog van je vrije weekend!

    Groetjes van Ria

Schrijf een reactie

*