Joviale drinkebroer zonder voeten

Het linnen lijfje van dit mannetje zit vast op een klein rond plankje. Nog net zichtbaar is een metalen staafje dat aan de onderkant bevestigd zit. Het lijfje kan ingedrukt worden door aan de bovenkant op het popje te drukken en daardoor beweegt de arm omhoog en omlaag.

De bierpul is van hout. Op de pul zijn twee letters te lezen: HB. Dat is het logo van Hofbräu München. Een traditioneel bierhuis in München, in 1589 opgericht. Het bierhuis is heel bekend. Ik dronk er ooit een héél groot bier. Of misschien waren het er twee…Daarna moest ik telefoneren. Dat gesprek is niet na te vertellen en was zeer hilarisch.

De jas is van vilt. Het hoedje ook. Het poppetje heeft houten handjes en een relatief grote kop van composiet.

Composiet is een materiaal opgebouwd uit twee of meerdere componenten. Om poppen te maken was het oorspronkelijk een mengsel van een lijmstof en pulp. Houtpulp bijvoorbeeld. Toen composiet net nieuw was dacht men dat het onbreekbaar zou zijn. De lijmsoorten waren toen nog veelal van organische oorsprong, van visgraten of beenderen. Juist hierdoor waren ze gevoelig voor vocht en wisselende temperaturen. De stevigheid van het materiaal had natuurlijk hieronder te lijden. Dus onbreekbaar ging niet echt op.

Hij lijkt een beetje op Danny Kaye. Dat komt vooral door de wangetjes en hij heeft eenzelfde prethoofd. Misschien is hij van nature een vrolijk type. Misschien helpen de biertjes een beetje.

Er zijn verschillende varianten van dit poppetje. Allemaal met een op-en-neer bierpul. Ik heb al eens een monnik gezien en een meneertje met een brilletje. Een soort brave boekhouder, uit de jaren vijftig. Zo’ n meneertje met een bril die graag kantoortje speelt. Lekker stempelen op een tafeltje en alles in ordners stoppen en er weer uit halen. Er zijn echter mensen die werkelijk graag kantoortje spelen.

Vroeger als kind speelde ik postkantoortje. Ik vraag mij af of er tegenwoordig nog postkantoortje wordt gespeeld door kinderen. Ik denk het niet, ze zagen het immers nooit. Iemand achter een loketje, die papiertjes aan elkaar niet en stempeltjes zet. Aan de hand van vader mee naar het postkantoor en enveloppen inleveren. De meneer in het loketje had ook een kussentje om de postzegels te bevochtigen. Luxe kantoorartikelen, die ik niet had in mijn kantoorsetje.

Tegenwoordig speel ik liever andere dingen. Kantoortje spelen heeft vandaag een serieuze ondertoon gekregen en dat gaat ten koste van het spel.

Dat meneertje met de bril had voeten. Beetje groot, dat wel. Kapstokvoeten, dat zijn voeten die ieder een andere kant opwijzen. Er zijn ook mensen die kapstokvoeten hebben. Soms lopen ze, deze kapstokkers, gewoon op straat. Ik vind het altijd een vrolijk gezicht kapstokvoeten.

Mijn drinkebroer is zijn voeten verloren. Waarschijnlijk slaat hij daarom nog maar eens op de tafel met de pul. Hij kan tenslotte nergens naar toe, zonder voeten. Dus neemt hij er nog maar één. En nog één.