Ik bin ûnwennich, kinst dat sjen?

Schilderij Friese boerin in klederdrachtEen portret van een Friese vrouw met een katholieke rozenkrans om haar nek. Fraai in klederdracht, compleet met kanten muts en gouden filigraan oorijzers. Loopt er onder het mutsje een beugel van oor tot oor? Waarschijnlijk draagt ze rouwkleding. Op de jurk is een dik zwart sierstiksel als decoratierand aangebracht, langs de randen van het voorpand. De blouse onder de jurk lijkt van zijde. Haar sieraden zijn gedetailleerd weergegeven.

Het portret zou best wat zorg of een teder sopje kunnen gebruiken. Het is een beetje vervuild door de tand des tijds. Nergens is een handtekening te zien dus de maker is onbekend. Het schilderij is op een plaat hardboard gelijmd en achterop kleeft een halve zegel met tekst:

J.H.J. Dickhoff Jr.
Kunsthandel Spiegel en lijstenfabriek
…..Gravuures, Photographiën, enz.
Speciaal adres tot het restaureeren van Platen, Schilderijen enz. Lijsten op maat.
 ….lsingel 19
….terdam en
….oon 5932

Ik kom het portret tegen op een jaarlijks rommelmarkt van een kerk. Ze hebben de boel hier aardig weten te ordenen, alles is overzichtelijk bij elkaar geplaatst. Alle schilderijen zijn gegroepeerd in de overdekte entree van de protestante kerk. Het absolute topstuk van dit jaar is deze Friese katholieke boerin. De kleurtonen van het portret zijn sober, een beetje somber zelfs, maar wel in harmonie. De boerin praat tegen mij. Voorwerpen die tegen mij praten zijn serieuze kandidaten voor het Onuitputtelijk Rariteitenkabinet. Ik luister goed wat ze te vertellen hebben. Ik hoor haar in het Fries mompelen: “Ik bin ûnwennich, kinst dat sjen?” (ik heb heimwee, kun je dat zien?)

Terwijl ik over de markt verder loop – de jacht is immers pas net begonnen – vraag ik mij licht weemoedig af hoe ze hier komt. Wie nam haar mee? En waarom ligt ze hier overbodig te wezen? Welke relatie hadden geportretteerde en degene die haar hier achterliet eigenlijk? Hoe lang heeft ze al heimwee?

Je afkomst is niet alleen topografisch vastgelegd. Ieder heeft zijn eigen particuliere variant, gevoed door emoties en herinneringen over mensen, dingen of situaties. Je moet letterlijk weg zijn geweest om heimwee te kunnen voelen. Al heb je dezelfde afkomst, voor iedereen is de waarheid verschillend. Het is een persoonlijke optelsom van wie, wat en waar je bent.

Mijn Friese boerin was ooit onderdeel van een familie. Er is ergens een plek waar zij is opgegroeid; waar haar eerste bedje stond. Waar ze leerde hoe ze zelf haar boterham kon smeren en waar ze voor het eerst vriendschap sloot, met de dochter van de molenaar verderop. De familie is de eerste en kleinste gemeenschap waar we als mensen samenleven. Waar we dingen voor het eerst meemaken en van daaruit meedragen gedurende de rest van ons leven. We kunnen geen van allen terug naar hoe het toen was omdat de tijd alles verandert.

De katholieke Friese boerin was in haar tijd een minderheid in Friesland. De katholieken kregen nooit de beste baantjes en moesten zich altijd een beetje gedeisd houden tussen de protestante meerderheid. Door mobiliteit, migratie, globalisering en multiculturele invloeden verandert er van alles in ons denkbeeld over afkomst en thuis. Maar als we het eigene als absolute waarheid zien houdt al het andere onmiddellijk op.

De Friese boerin met floddermuts hangt nu tussen de verenigde boerinnen uit allerlei windstreken. Misschien kan ze daar een beetje wennen. Voorzichtig aftastend of mijn trapgat haar nieuwe thuis wil worden.

Schrijf een reactie

*