Het zoontje van de turfschipper

Knipwerk van Wieger Tjeert LeverMijn oma was een getalenteerde knipper. Knippen is al zo oud als de weg naar Kralingen. Een van de eerste Nederlandse knipwerken is afkomstig uit 1648, in bezit van het Rijksmuseum.

Mijn oma knipt tijdens het ontbijt uit een aluminium deksel van een yoghurtpot een kraanvogel. Opgeplakt op een stukje karton schrijft ze er later bij hoeveel minuten ze er over doet om deze vogel te knippen. Ondertussen eten wij als kind versierde boterhammetjes met hagelslag, pindakaas, gestampte muisjes en gemalen onderjurken(vruchtenhagel; we noemen ze zo vanwege de pastelkleurige onderjurken uit de jaren zestig ) en zien de vogel onder haar vingers groeien.

Werken van papier hebben mij altijd al bijzonder geïnspireerd. Daarom vind ik Pappkameraden bouwen, beelden van karton, ook erg leuk. Het is eigenlijk boetseren met een tweedimensionaal materiaal. Daar ligt een beperking. Dat maakt het spannend. Papier is een eenvoudig materiaal, dat spreekt mij ook erg aan. De magie van het zelf construeren met een tweedimensionaal materiaal gaat soms verloren als ik naar resultaten van driedimensionale printers kijk. Het is een kunstje, niet meer dan dat.

Deze drie voorbeelden van knipkunst zijn alle drie werken van Wieger Tjeert Lever, een zoon van een Groningse turfschipper. Hij zit als klein jongetje vaak alleen in de roef van het schip. Moeder en vader zijn aan het werk. Hij moet zichzelf bezighouden en begint gekke poppetjes en mannetjes te knippen. In 1950 besluit hij van papierknippen zijn beroep te maken. In 1960 heeft hij een enorme verzameling knipwerk. Hij verzameld knipwerk van andere knippers maar onderzoekt ook de geschiedenis. Zo knipt hij werken na om de geschiedenis te kunnen tonen in een museum. Dit museum is tegenwoordig te vinden in Westerbork.

Van het werkje met de freule en de heer word ik altijd vrolijk. Die woeste rok en die strikjes aan de kleding. Het gebaar, de handkus, ouderwets romantisch. De dunne beentjes van de heer, met zijn lakschoenen compleet met gesp. De waaier gebruikt zij om achter te giechelen wanneer de heer ondeugende voorstellen zacht in haar oor fluistert. Terwijl ik kijk en mijn eerste koffie van de dag maak hoor ik hem echt iedere dag iets anders dartels fluisteren.

Die drie heren hebben hele andere bezigheden en bekokstoven sluwe plannen. Er is iets gaande tussen de drie figuren. Letterlijk en figuurlijk. We kunnen het toch niet zien dus het blijft gissen.

Bijzonder is de openheid van dit werk, soms zijn het alleen maar fragiele lijntjes. Geknipt in een rechthoekig kader. En denk bij deze prentjes dan nog eens terug aan dat zoontje van de turfschipper. In zijn eentje, in het vooronder.

Schrijf een reactie

*