Het feestje van de man

Professor Fisticuff SmackProfessor Fisticuff Smack. Twee bokshandschoenen, een wit hansop om lekker te kunnen bewegen en te boksen.

Goede kuitjes, lekker stabiel om mogelijke klappen te kunnen opvangen. Een mannelijk rolmodel, de krachtpatser: voor niets en niemand bang. Een goed uitgangspunt in mijn zoektocht voor een komend project: de man in al zijn verschijningsvormen.

Soms loopt mijn hoofd over. De schijnbare toevalligheden vallen ineens samen. Dan heb ik overal inspirerende dingen gezien, gehoord en gelezen. Er ontstaan verbanden terwijl ik eerst alleen aan rafelige losse randjes peuter.

Mijn hoofd tolt, maakt dubbele uren, stopt niet met draaien, het kraakt, het piept in mijn bovenkamer. Ondertussen laat de waan van de dag geen ruimte over om er eens even rustig over na te denken.

Dan komt er ergens in de week, of in de week erna, toch een moment waarop ineens een en ander samenvalt. Soms ga ik er eens lekker voor zitten, vaak komt het gewoon terwijl ik in de file sta.

Het bezoek van vorige week aan Motel Mozaique in Rotjeknor was goed. Rotterdam is echt de spannendste stad van Nederland. De optredens varieerden van heel goed tot heel middelmatig. Maar wat het festival zo leuk maakt is dat je altijd verrast wordt. In positieve of negatieve zin, dat maakt niets uit. Verrassing is goed. Het hotel waar we sliepen was niet indrukwekkend maar prettig mannelijk gezelschap maakt veel goed.

Wie Rotterdam niet kent moet dit voorjaar maar eens een dagje reserveren met zijn of haar lief. Vergeet niet een garnalen-croquette te eten bij Schmidt Zeevis, aan een statafeltje en ondertussen te gluren naar, ozo leuke, nouveau-riche geblondeerde dames en heren uit het locale zakelijke werkveld. Dan ergens een biertje drinken tussen de ruwe bolsters van Rotterdam. Kom met de trein, dan loop je gelijk door het mooie station naar buiten.

Daar in Rotterdam zag ik vooral mannen met baarden en snorren. Ik zag meisjes met linnentasjes. Losjes over de schouder gehangen. Mannen, met of zonder baard, met een linnen tasje doen pijn aan mijn ogen. Ik ga er soms zelfs van huilen, zo’n pijn doet het.

Ik zag voornamelijk Noorse en IJslandse bandjes en singer-songwriters. Ook zij hadden baarden, snorren en soms blote voeten. Muziek door accordeon, klarinet en cello. Ondertussen Noorse klanken voortbrengend. Zacht fluisterend of hard schreeuwend.

Mijn tafel thuis ligt op dit moment vol met foto’s van oude mannen, in betoverende witte onderbroeken en hemdjes. Hoog opgetrokken, toch slobberen ze rafelend langs de dijen en billen. Een beetje verdrietig. Waar is de tijd gebleven dat hun lichaam groot en sterk was? En het ondergoed strak gespannen om de billen? Vergankelijkheid, voorbij aan schaamte. Het maakt ze niet meer uit. Ze hebben al zoveel meegemaakt.

Het vel hangt hier en daar een beetje los. Ze zakken in elkaar, buigen een beetje voorover. Ik sorteer en schuif met de mannen. Ik zoek naar verrassing. Ik probeer het zichtbare fundamentele verdriet om te zetten in iets waar een treurige man eigenlijk heel hard over droomt. Iets dat een sluimerend maar verstopt gevoel losmaakt bij deze mannen zodat ze met hernieuwde kracht het moeizame leven weer durven op te pakken.

Aan de andere kant van de tafel ligt een stapeltje foto’s van krachtpatsers. Mannen die druk in de weer zijn met gewichten en door hard werken hun fysieke proporties proberen te vergroten. Het is een kleine illustratie van de breedte van het feestje dat zich afspeelt op mijn werktafel. Het feestje van de man. Ik mag mijn grote neus steken in de wereld van de man, de boel regisseren en hoef voorlopig nog geen verantwoording af te leggen. Aan niemand. Het is een besloten feestje van de jongens en mij.

Overal waar ik kom zijn mannen. Ik houd ze in de gaten en doe veldwerk. U kunt mij herkennen aan mijn verrekijker en schepnetje. Soms pink ik een traantje weg. Maar alleen bij die mannen die zich met een linnen tasje in het openbaar begeven. Ik draai mijn hoofd gauw weg en speur door mijn kijker naar vrolijkere verschijningsvormen.

Schrijf een reactie

*