Hazen in het ongewisse

Ook de hazen weten het niet

Daar sta je dan als haas. Vertwijfeld over welke richting nu de juiste is. Met de overgebleven paaseitjes in je tasjes. Niemand toont meer interesse, op die ene consument na die alle afgeprijsde eitjes in zijn winkelmandje propt, voor wat geluk. Wat moet je ermee?

Dan ben ik op weg naar een studiedag met het thema chaos en conflict. Alleen de titel geeft al voorpret. Ik herken mijn eigen gemoedstoestand.
Bij de incheckpaal van de ov-kaart stuur ik onbewust aan op een chaotische expeditie. Check in – check out, bij verschillende maatschappijen, in een onbegrijpelijk ritme. Het is volstrekt onduidelijk of er evenwicht bestaat tussen geleverde dienst – treinritje – en afgeboekte kosten.

Later zit ik in de kerk, in het oosten van het land. Hier begint mijn studiereis met als eerste programmaonderdeel de wake-up call. Knappe jongen die mij hier, in deze gemoedstoestand, wakker krijgt.

Als ik iemand op het podium “en nu allemaal” hoor roepen krijg ik een intern conflict. Ik doe niet mee. Ik dein in mijn eigen tempo en alleen wanneer ik vind dat er iets te deinen valt. Vanuit mijn opvoeding mag ik ook niet meedoen met de polonaise. Daar mis je niets aan. Ik kijk liever om me heen. En verbaas mij over het enthousiasme waarmee de meeste mensen zich zomaar in het massale storten. Mij lukt dit niet. Ik kan het niet. Ik begrijp het niet. Maar ook mijn eigen vastomlijnde ideeën begrijp ik niet. Waarom kom ik daar niet van los? Waarom doe ik niet gewoon mee?

De hippe mensen vertellen mij dat we druk bezig zijn onszelf te ontspullen. Lekker alles weggooien, even iets in je handen pakken en jezelf erbij de vraag stellen of je er gelukkig van wordt. Voel je niets dan mag het weg. Natuurlijk zit geluk niet in tuttige damesschoenen, een flitsende nieuwe telefoon of in de zoveelste tuthola van porselein. Dat had ik u ook wel kunnen vertellen. Alleen was die Japanse dame mij net voor.

Balans ervaren we als er tussen geest en materie evenwicht is leerde ik op mijn studiereisje. Dus tussen ideeën en spullen. Want als we doorslaan naar één kant gaat het mis. De milieucrisis is er omdat we doorslaan in het hebben van spullen. Bij het overdrijven in godsdienst ontstaat er conflict. Met de ander. Jij hoort niet bij ons. En dus moet jij dood of weg.

En na dat ontspullen nu allemaal in een klein-tiny-huisje wonen, roepen de trendwatchers. En huren in plaats van kopen. En de meeste van ons willen wel, maar kunnen niet. Een intern conflict.

Territoriumexpansiedrift is mij volstrekt niet vreemd. Ik heb in heel veel kleine huisjes gewoond. Verlangen naar een eenvoudig leven; dat is romantiek waar mijn hartje sneller van gaat kloppen. Maar pure romantiek krijgt bij Mevrouw R. pas echt goed vorm in royaal strekkende meters. Het voelt anders toch alsof ik de kaarsen uitblaas en in de verlichting van een treurige tl-lamp mijn buurman ga verleiden.

Praktisch gezien ben ik toch meer het type voor een magnifieke villa en een overschot aan rommelkamertjes. En alles weggeven – ik speel weleens met de gedachte. Maar ik kan het nog niet. Zou ik met minder ballast beter af zijn? Voorlopig twijfel ik nog.
De allerlaatste zin tijdens de studiedag doet mij goed: “je moet het vooral niet weten.

Thuisgekomen moest ik maar weer eens een stukje schrijven. Over rariteiten, chaos en conflict. Denk ik.
Ik kijk naar mijn haasjes en herken alweer mijn eigen gemoedstoestand.
Ook ik weet niets zeker.

Schrijf een reactie

*