Mevrouw R. wint met gedicht ‘Plooibaar’

Guido de Wijs leest het juryrapport voor. Foto Cees WoudaDe Bibliotheek Eemland organiseerde een schrijfwedstrijd met als thema Heilige Huisjes. Zij sloot hiermee aan bij de wandelroute van Galerie Absoluut en de tweejaarlijkse Kunstvaarroute in Amersfoort. De jury bestond uit Tjitske Jansen (dichter en performer), Guido de Wijs (schrijver & columnist) en Erno de Groot (directeur Bibliotheek Eemland).

Mevrouw R. schreef het winnende gedicht:

Plooibaar

Daar komen ze!
Vader en moeder, de koplopers
Ze dirigeren kaarsrecht
hun familiaire colonne
Erachter als soldaten
marcheren Karel, Frans en Henk

Piet en Kees lijken dezelfde
door hun simultane cadans

Kleine Marie sjokt achteraan
heimelijk verlangend
naar ruimte voor spel

Allemaal draconisch zwart
Rigide stoffen, stijf, zonder schwung
Hermetische naden, ritsen en kragen
Dik en hard zondert het de huid af
tegen verleidelijke lichtheid van vandaag

Dan horen ze flarden van onze tekst
Nonchalant aanwaaiend over de dijk
Vastbesloten onwelvoeglijke
aandacht van ons in de wind te slaan
Versterkt door geluidsboxen
Neergezet in het open raam

Ondertitelen wij de stoet
als modellen op een catwalk
we zien modische uitspattingen
in het voorbijtrekkend gevolg

Alleen Marie kan zich niet bedwingen
En loert achterom naar ons
Ooit, denkt Marie, vind ik de moed
Om deze heiligheid te trotseren
En dit kordon te verlaten

Met bescheiden zwierigheid
vervolgt zij plooibaar de tocht
in haar door ons tot Robe manteau bestempelde jas

 

Met dank aan Cees Wouda voor de foto.

Zweet

Het is donker. Ik kijk, maar zie niets anders dan mijn eigen hoofd weerspiegeld in de ruit van de trein. Met piepende remmen komt deze tot stilstand. Het klinkt hard en scherp in de leegte van het onzichtbare landschap.

Het is warm in de trein, ik probeer een raam te openen. Dat gaat niet.
Met andere reizigers sta ik in het gangpad. Mijn rugzak voor mij op de grond. Achter mijn rug is een compartiment waar reizigers een zitplek hebben en dus kunnen slapen.

OostblokstationIk ben in m’n eentje vanuit Oost-Berlijn op weg naar Praag. Op advies van mijn ouders laat ik mijn rugzak geen moment alleen. Zodat er niks uitgepikt wordt, denk ik. Mijn ouders denken volgens mij meer aan iets erbij stoppen.

De onbestemde plek waar de trein stil staat is de grenspost. Stil en verlaten. De felle lampen, duidelijk op de trein gericht, maken de omringende nacht nog donkerder.

De grenswachters dragen wapens op hun schouders. Gekleed in donkere uniformen lopen ze langs de trein. Sommigen hebben blaffende herdershonden aan een lijn. Het voelt alsof ik ben achtergelaten en overgegeven aan deze grenswachten. Ik heb nog nooit zoiets gezien.
Ze gebruiken spiegels op stokken om onder de trein te kijken.

Terwijl ik uit het raam kijk zie ik een heel dikke man. Hij heeft duidelijk de leiding. Met een aantal andere mannen stapt hij de trein binnen, vlakbij waar ik in het gangpad sta. Ik kan hun laarzen horen kraken. Naast mij snuffelt een hond aan bagage en reizigers.

Deze dikke man is de dictator van zijn grenspost. Ik kijk naar hem. Maar durf dat niet te lang te doen. Straks kijkt hij terug en ik wil beslist geen oogcontact maken. Intuïtief begrijp ik dat ik deze man niet moet dwarszitten of uitdagen.

Ineens staat hij voor mijn neus. Ik heb geen idee hoe ik mij moet gedragen. Hij flirt met mij, zit aan mijn blonde haar met zijn dikke worstvingers. Ik ruik zijn zware lichaamsgeur. Hij spreekt in een voor mij onbegrijpelijke taal. Met een grijns op zijn gezicht gaat hij nogmaals door mijn haar. Hij lacht en de anderen mannen lachen mee.

Dan vraagt hij mijn paspoort en kijkt mij indringend aan. Hij zegt iets tegen de anderen mannen. Ik krijg mijn paspoort terug.
Terwijl hij zich achter mij langs wurmt voel ik zijn vette lichaam tegen mij aandrukken. Hij blijft hangen en ademt zwaar in mijn nek. Even twijfel ik of ik het me verbeeld maar het duurt te lang. Het is overduidelijk. Ik durf niet te kijken, niet naar buiten, niet naar de man.

Als de man eindelijk weg is kijk ik weer naar mijn eigen spiegelbeeld. Ik schrik van mijn angstige blik en zucht.
Ik pak een elastiekje uit mijn rugzak en draai een knotje in mijn haar.

Noot: Deze column heb ik geschreven tijdens een schrijfcursus onder begeleiding van Annette Verspoor. Daarna heb ik hem ingezonden voor de OSKA columnwedstrijd 2015. Uit alle inzendingen werden er twintig geselecteerd voor het columnboekje 2015. Bovenstaande column was één van de geselecteerde columns.