Fyra Svenska Vykorten

Svenska VykortTijdens de Kattegat-fietstocht valt mij op hoe keurig iedereen in Zweden doet. Het toppunt van keurigheid blijkt een jonge vrouw. Zij managet van achter een balie een camping. Compleet met uniform en koket neksjaaltje lijkt ze meer op de receptioniste van een exclusief duur hotel. Terwijl ze geen enkel moment uit haar rol valt zie ik mijzelf met mijn modderige blote fietsbeentjes voor haar balie staan. Wat een gek contrast. Hoe komt een mens zo keurig? En ze gaat maar door. Ik moet er haast van giechelen.

Later blijkt deze hele camping bol te staan van contrast. Bijna het hele terrein wordt ingenomen door reusachtige campers.  Hun daken vormen  een witte zee, waar schotelantennes op drijven. Nergens is gras, de campers staan op een bodem van asfalt. Een vreemd tapijt voor kampeeractiviteiten.
Twee uithoeken van de camping zijn speciaal voor tentkampeerders gereserveerd. Deze zijn zo groot als een gemiddelde woonkamer in een klein jaren vijftig flatje. U kent ze wel, ze staan door heel ons land. Op die vlekjes gras staan veel te veel tentjes, waarbij kampeerders assertief scheerlijnen in elkaar’s tentje duwen op zoek naar stabiliteit.

Er komt met regelmaat een oud vrouwtje tevoorschijn, met veel tasjes, die onduidelijk over het kampeerterrein scharrelt. Ze kijkt in prullenbakken. Als ze ons passeert, komt ze dichterbij en kraakt: “Hej, Snakker du Norsk?” Een geweldige mantra voor deze vakantie, hij laat mij niet meer los.
Het oude besje lijkt een alternatief kruidenvrouwtje dat haar volledige inboedel mee zich meetorst. Het concept kamperen raak ik bij haar kwijt. Verderop blijkt de camping een achteringang te hebben die vrij toegankelijk is. Misschien heeft zij niet vooraf keurig de receptioniste begroet?

Een dag later drinken we koffie en eten taart op een terras in het oude stadsdeel van Göteborg, de Hagabuurt. Verderop in de straat hangt een uithangbord aan de gevel: HAGA Tofflafabrik AB. Geamuseerd denk ik aan de directeur van een pantoffelfabriek. Nooit bedacht dat je dat ook kon worden.

Wij zitten recht tegenover een rommelwinkeltje. Ik loop naar binnen: een eigenzinnige snorremans staat achter de toonbank in een propvol winkeltje vol nostalgische objecten. We begroeten elkaar vriendelijk. Zijn koopwaar is prachtig gesorteerd en in mooie vitrines uitgestald. Op de achtergrond zingt Ella een potje jazz en ik complimenteer hem met zijn keuze voor het verderop liggende hondje. Duidelijk geselecteerd vanwege de nostalgische uitstraling: een krullig jaren-30-model terriër. Zo’n hondje waarvan de verontschuldiging in zijn voorkomen de aandoenlijkste troef is. Een hondje met weekmakers zou je dat vrolijk kunnen noemen.

Ik vind de afgebeelde kaarten in een bakje. Het zijn rare tuttige kaarten. Maar raar is goed, zeggen we bij Mevrouw R. thuis. Dus juich ik mijzelf toe in Göteborg voor het vinden van plaatselijke rariteiten, net één uurtje onderweg, én op de koop toe, minimaal van volume. Dit schuif ik zo in mijn fietstas, denk ik praktisch.

Achterop de ansichtkaarten de tekst Hjärtlig Gratulation. Voorop keurige maar levenloze interieurs met traditioneel gedekte tafels. Het zondagse koffieservies, speciaal geselecteerde decoratie-objecten, zelfgebakken taarten en onberispelijk tafellinnen. Maar waarom zitter er geen feestgangers aan de tafel? Waarom is de taart nog niet aangesneden? Uiterst merkwaardig, want wat heb je aan tuttigheid als er niemand in de buurt is?

Het zijn geen interieurs; het zijn decors. Decors van keurig leven, uit de jaren zestig. Hopelijk kwam er gauw iemand aan de deur. Iemand die zonder pantoffels gebakjes prakte, koffie slurpte en met knollen in de sokken door de kamer liep. Dat was niet zo keurig maar er viel wel veel te lachen.