Beter veel in het hoofd en maar zes bordjes in de tas

Verkeersbordjes uit de oude doos langs de kant van de weg

Onderweg op een fietstocht richting het Zeeuwse land kom ik langs een huis waar men de overtollige huisraad aan de kant van de weg heeft neergezet. In een paar dozen vind ik een verzameling boeken, wat porseleinen prullaria en nog wat onduidelijke huisversierings-elementen voor op de vensterbank. In de heg is een bordje tussen de takjes vastgezet: Meenemen, doe een gift in de brievenbus.

Tijdens de verdere reis is meteen weer duidelijk geworden hoeveel mensen goed hebben opgelet bij de stylingslessen voor dummies op tv. U kent het wel, de woonprogramma’s waarmee we vanaf ongeveer 1990 zijn doodgegooid. De een of andere topstylist neemt het huis van een mak schaap onder handen. Alles voor de kijkcijfers, laten we het daar maar op houden.

Hele dorpen, werkelijk ieder huis doet mee, werken op de vensterbank qua versiering in tweetallen of een meervoud hiervan. Twee dezelfde vaasjes, twee dezelfde plantjes. Nederland, Nederland, wat maakt u er met elkaar toch een potje van.

Ik ben al jaren van plan – het is namelijk al een hele tijd aan de gang – om mijn studenten vormgeving langs deze raampartijen te laten paraderen. Ook tijdens kerstdagen valt er op dit vlak veel te zien voor vormgevingsstudenten.

Maar goed, in één van die twee dozen zit een verzameling verkeersborden op karton, gemaakt voor verkeersles op de lagere school. Wanneer ik de hele doos achter op mijn fiets til vraag ik mijzelf af of ik gek ben geworden? Het is de eerste dag en ben ik soms van plan ben de komende vierhonderd kilometer al zwabberend van onbalans met windkracht vier of vijf over de Zeeuwse dijken te fietsen met die doos achterop?
Zeer onromantisch maar rete-realistisch zet ik de doos weer op de grond en zoek er een zestal bordjes uit die ik strak in de zijkant van de achtertassen kan proppen. In de brievenbus gooi ik een gift en fiets vlug weg.

Onderweg op de fiets trekt er van alles voorbij:
Op de fiets vind ik dorpswinkels die mij laten afstappen door hun verschijning, zie ik lepelaars in een prachtig natuurgebied, fiets ik langs diverse indrukwekkende Deltawerken, zie ik twee grote gele kwikstaarten dartelen en spelen in de lucht. Ik eet een broodje vis en kijk naar een oude man met een linnen tasje die ergens op wacht. Onderweg op een veer hangt er in de boot een maf portret van de nieuwe koning. Iedereen die de koning niet kent denkt dat dit de boot-werknemer van de maand is of de kapitein. (Voor wie met eigen ogen wil zien: Het veer Vlissingen-Breskens.)

In Biervliet kom ik in een dorpsfeest terecht en eet de allergrootste appelflap die met één hand te tillen is.
In Axel hoop ik op indrukwekkende schouderstukken maar er is geen enkele aboriginal te zien….

Fietsend door België, op naar een volgend veer, kom ik in het spookstadje Doel terecht en verbaas mij over toeristen die massaal komen kijken naar het leven dat hier niet meer is.

Als laatste stop kom ik in een campingkantine terecht. Als fietser moet je soms gewoon eten en zorgt de plek die dan beschikbaar is voor de soort lunch.

De kantine stroomt vol. In mijn gedachte roep ik: Iedereen met een te groot vormloos fleece-jasje nu naar buiten. Eenzaam blijf ik over.

Drie lokale dames, met bijzondere kapsels en opmerkelijke kledingkeuzes en één bingo-machine – met door luchtdruk bewegende bingoballen – beginnen een fascinerende bingo-show voor kinderen. Met een tafeltje verderop wissel ik een blik van herkenning. Ook zij zijn overdonderd door zoveel gezelligheid op deze camping.

Misschien ziet u de dames binnenkort bij Man bijt Hond. Ik ga ze zeker aanmelden.

En zo komt er dan een einde aan een mooie reis. Op ontdekkingstocht door het eigen land. Met in de tas dan wel maar zes bordjes. Maar in het hoofd ontelbare indrukken.

Reacties

  1. Bij alle mooie plekken, dopjres en steden waar ik heen fiets of loop, zeg ik van harte dat het zo’n bijzondere ervaring is er op eigen kracht te zijn gekomen.

Schrijf een reactie

*