In de pas

Militairen muzikantenGroepen mensen die zichtbaar een verzameling zijn krijgen van mij altijd extra aandacht. Eerst zoek ik naar overeenkomsten en van daaruit ga ik door naar de verschillen. Verschillen kunnen groot of klein zijn. Heb ik nog meer tijd dan zoek ik binnen de verschillen weer naar overeenkomsten.
Al dat gekoekeloer komt voort uit twee van mijn oer-fascinaties: eenlingen en verzamelingen. Wie zijn de volgers, wie is de leider? En is dit echt zo of denkt diegene het alleen maar zelf?

Gisteren zag ik een mooie verzameling in de vorm van een vader en zijn frisse tienerdochter. Beide hadden dezelfde doorgezakte houding, blijkbaar sterk in de genen aanwezig. Ze liepen als een treintje door de ruimte achter elkaar aan, allebei gekleed in een slobberige spijkerbroek. Ze bleven staan voor een tafel en keken opzij door alleen het hoofd te draaien. Ze zagen iets waar ze het fijne nog niet helemaal van hadden begrepen. Bij beide viel de mond open en zakte de kin naar beneden. Daar bleef hij hangen. Een identieke blik in hun ogen. Op zoek naar houvast. Ze waren alleen in het grote geheel en ze begrepen het niet. Ik vond het een cadeautje. Ik kwam net gebukt vanachter een plant vandaan en zag de scene voor mijn neus zich afspelen. Ademloos keek ik ze na. Het leek wel een dans.

De hier afgebeelde verzameling muzikale strijdkrachten is een illustratie van een bij elkaar horend gezelschap. Denk maar aan een fanfare, iedereen gekleed in hetzelfde uniform. Door het marcheren worden de individuele muzikanten opgeslokt in een homogene paradeer-machine die het orkest is. Tijdens het spelen zullen ze in hetzelfde ritme de benen optrekken, alsof ze één lichaam zijn geworden. Hoe doen ze dat toch? In een fitnessklasje is het al zo moeilijk om met de hele klas mee te springen in het gewenste ritme. Oefening baart kunst, natuurlijk. Ooit koesterde ik vurige verlangens om gezamenlijk synchroon te kunnen hopsen in een fitnessklasje. Voor ik het juiste ritme ook maar had kunnen vinden hield ik het alweer voor gezien. Toch liever iets sportiefs in mijn eentje, in mijn eigen ritme.

Dus dat orkest moet wel weten op welke manier en waarheen ze marcheren. De mannen en vrouwen kunnen niet zomaar hun eigen zin doen. De frontman, de tambour-maître, loopt zwaaiend met een stok voor de muziek uit. Hij is een soort majorette-dirigent heb ik mij laten vertellen. Hij zwaait en zwiert het ritme en de te marcheren richting de lucht in, met behulp van zijn mace. Dat is die stok met sierknots. En soms roept hij een bevel.

Wanneer u aan de kant van de weg staat tijdens een taptoe en er komt een fanfare, harmonie of drumband aan dan ziet u vast wel een toeschouwer die van pure vreugde op het ritme gaat marcheren of anderszins bewegen. Daar kan deze persoon dus niets aan doen, het is het effect van de muziek op lichaam en geest. Het zit in onze genen om op marsmuziek te marcheren. Vroeger gebruikte men de muziek om de soldaten op te zwepen.

Welbeschouwd is de hele wereld een doldwaze taptoe vol verzamelingen. Bijna iedereen maakt wel ergens deel van uit. En anders ga je lekker koekeloeren vanaf de zijkant. Hoor je bij de verzameling eenlingen.

Schrijf een reactie

*